Bijzonder natuurherstel in de Wieden: "Dit is winst voor de biodiversiteit en het klimaat"

Om het unieke landschap in de Wieden en Weerribben te behouden moet er soms flink in gewerkt worden. Natuurmonumenten experimenteert nu met een nieuwe werkwijze: de afgegraven rietpollen gaan via buizen onder water naar een plek waar juist grond nodig is. Hierdoor komt er nauwelijks nog CO2 vrij bij het proces.

Lawaaiige graafmachines, grijpers en een pompinstallatie verstoren tijdelijk de rust in de Wieden bij Dwarsgracht. Grote pollen riet worden losgetrokken en ter plekke vermalen. Via een kilometerslang buizenstelsel komt het materiaal uiteindelijk terecht aan de oever van het grootste meer in het gebied, de Beulakerwijde.

Natura2000

Het werk in het Wiedenlandschap hoort bij de Natura2000-status van het gebied, een Europees netwerk van waardevolle natuurgebieden. Menselijk ingrijpen is nodig om de biodiversiteit in het gebied te behouden en te versterken. Dat gebeurt hier al jaren, maar de manier waarop nu wordt gewerkt is nieuw.

Twee kilometer buizen in de Wieden (Foto: RTV Oost Jolande Verheij)
Twee kilometer buizen in de Wieden (Foto: RTV Oost Jolande Verheij)

Door het afgegraven materiaal gelijk weg te pompen komt er bijna geen CO2 vrij, vertelt projectleider Broer Blaauwbroek van Natuurmonumenten: "Riet bestaat voor een groot deel uit koolstof. Als je dat blootstelt aan de lucht oxideert het, het verbrandt als het ware en dan komt er veel CO2 vrij. Nu kunnen we het vasthouden in het gebied, dat is pure winst. "

Turfgravers vervangen

De Wieden en Weerribben zijn ontstaan door het afgraven van veen. De turfgravers haalden in de moerasgebieden het veen naar boven en persten dat samen tot brandbare blokken turf. De slootjes, petgaten, die daarbij ontstonden groeiden langzaam weer dicht. Door dat eeuwenlange proces van uitgraven en verlanding is er een uniek landschap ontstaan.

Turf werd vroeger gebruikt als brandstof (Foto: Natuurmonumenten)
Turf werd vroeger gebruikt als brandstof (Foto: Natuurmonumenten)

Turfgravers zijn er allang niet meer. Om toch alle stadia van verlanding in het gebied te behouden moet Natuurmonumenten nu af en toe zelf nieuwe petgaten maken, vertelt Blaauwbroek. "Als je niks doet krijg je steeds meer riet en moerasbos en mis je het begin van die verlanding. Dat is niet goed voor de biodiversiteit. Het gaat niet om één bepaalde soort plant of dier, maar juist het hele systeem dat je wilt behouden."

Vooroever

Het materiaal uit de petgaten gaat door persleidingen en komt dan terecht bij de vooroever aan de noordkant van Beulakerwijde . Hier is eerst een kunstmatig dijkje van stenen en zand neergelegd voor de oever. In het rustige water achter die dam kunnen de rietresten bezinken.

De vooroever aan de noordkant van de Beulakerwijde (Foto: RTV Oost Jolande Verheij)
De vooroever aan de noordkant van de Beulakerwijde (Foto: RTV Oost Jolande Verheij)

Ook dit is onderdeel van natuurherstel, vertelt Blaauwbroek: "Het kan flink spoken op de Beulakerwijde. Vooral aan deze kant kalft er veel grond af. Dat voorkomen we met die vooroever. Ook ontstaat hier dan weer nieuw moeras dat weer CO2 opneemt."

Internationaal onderzoek

De manier waarop nu het materiaal wordt afgevoerd met grote persleidingen is nieuw in Nederland en onderdeel van een Europees onderzoek naar herstel van veengebieden en de rol van CO2 daarbij. Het is duurder dan het afgegraven riet op een hoop gooien, maar Europese subsidie van Interreg maakt dit mogelijk.

Eigenlijk zouden deskundigen uit onder meer Ierland en Frankrijk op dit moment onderzoek uitvoeren in de Wieden, maar vanwege het coronavirus ligt dat nu stil. Blaauwbroek hoopt dat het onderzoek binnenkort wel weer wordt opgepakt zodat ook helder wordt wat het effect van de methode is.

Meer over dit onderwerp:
KOP VAN OVERIJSSEL
Deel dit artikel: