Rechter: Zwols café Bruut hoeft minder huur te betalen vanwege coronamaatregelen

De uitbaters van Café Bruut in Zwolle hoeven voorlopig minder huur te betalen. Dat heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel bepaald in een kort geding tussen de uitbaters en de eigenaars van het pand.

Vanwege de coronamaatregelen is het café dit jaar deels gesloten, waardoor er nauwelijks omzet is. Hierdoor hebben de uitbaters niet kunnen genieten van het huurgenot waarvoor zij tekenden in het huurcontract.

Vanwege de landelijke coronamaatregelen moest het Zwolse danscafé haar deuren sluiten vanaf half maart tot juni. Van juni tot half oktober mocht het café onder restricties weer gasten ontvangen. Sinds oktober zijn de deuren weer gesloten. In de periode dat café Bruut dicht was is de inkomstenbron volledig weggevallen.

Wereldwijde gezondheidscrisis

In de zomerperiode was er weliswaar omzet, maar dit was slechts beperkt. Bij het aangaan van het huurcontract hadden beide partijen niet kunnen voorzien dat een wereldwijde gezondheidscrisis roet in het eten zou gooien. De voorzieningenrechter is het met de uitbaters eens dat de gevolgen daarvan niet alleen door hen gedragen hoeven te worden.

De uitbaters kunnen door de landelijke maatregelen niet genieten van het huurgenot waarvoor zij getekend hebben. Zij kunnen namelijk niet meer het pand exploiteren als café, waardoor er nauwelijks tot geen inkomsten zijn.

Coronamaatregelen

De uitbaters hebben het afgelopen jaar aanspraak gemaakt op diverse compenserende overheidsmaatregelen. Die overheidssteun hebben zij gebruikt om de huur (deels) te kunnen betalen. Bij het bepalen van een oordeel heeft de voorzieningenrechter gekeken naar soortgelijke recente uitspraken.

Daarom is bepaald dat de huurprijs voor de periode dat café Bruut noodgedwongen gesloten was gehalveerd moet worden. Zo dragen beide partijen bij aan de gevolgen van de maatregelen. Voor de zomerperiode, toen het danscafé onder restricties open mocht, geldt een korting van 25 procent van de huurprijs.

Ontruiming afgewezen

De door de verhuurders geëiste ontruiming wijst de rechtbank af. Voor ontruiming moet sprake zijn van een ernstige tekortkoming van de huurder. Dat is in deze zaak niet aan de orde. Dat de uitbaters in 2019 een deel van de huur niet hebben betaald, is niet zo'n ernstige tekortkoming dat daarop ontruiming moet volgen.

Meer over dit onderwerp:
ZWOLLE CORONACRISIS
Deel dit artikel: