Lokale lasten in Overijssel dit jaar flink omhoog: dit betekent het voor jou

Inwoners van Overijssel gaan in 2021 flink meer betalen aan lokale belastingen. Gemiddeld stijgen de lasten met iets meer dan vier procent, maar er zijn uitschieters tot 25 procent hogere woonlasten. Dat blijkt uit onderzoek van RTV Oost.

De gemeentelijke woonlasten bestaan uit drie delen. Afvalstoffenheffing en rioolheffing betaalt ieder huishouden, woningeigenaren betalen daarnaast ook onroerendezaakbelasting (ozb). Dat is een belasting over de waarde van het eigen huis.

Werkt het kaartje niet op je mobiel? Klik dan hier.

Grootste stijging

Van alle 25 Overijsselse gemeenten stijgen de lokale lasten in Oldenzaal het hardst. En niet zo'n beetje ook. Vooral voor afval moet meer worden betaald: 60 euro per huishouden per jaar. Een stijging van 36 procent. In de begroting geeft de gemeente daarover tekst en uitleg: het komt doordat oud-papier en PMD (plastic) minder opbrengen (en/of meer kosten), en omdat bij hoogbouw gescheiden inzameling van GFT-afval is geïntroduceerd.

Gemiddeld stijgen de lasten in Oldenzaal met 15 procent voor huiseigenaren, en zelfs met 25 procent voor huurders. Huurders zijn overigens nog altijd goedkoper uit, omdat zij geen onroerendezaakbelasting (ozb) hoeven te betalen. Ondanks de fikse stijging van de woonlasten is Oldenzaal nog altijd één van de goedkopere gemeenten van Overijssel.

Duurste gemeente

De verschillen in de Overijsselse woonlasten zijn enorm. Haaksbergen was vorig jaar de duurste gemeente van Overijssel om te wonen, en dat blijft zo in 2021. Een gezin met een koopwoning is bijvoorbeeld een paar honderd euro duurder uit dan een gezin in buurgemeente Hengelo. Heel verrassend is dat niet, want Haaksbergen heeft zijn kasboekje niet op orde.

Voor alleenstaande woningeigenaren is er echter een gemeente nóg ietsje duurder dan Haaksbergen. In Olst-Wijhe betalen eenpersoonshuishoudens met een eigen huis dit jaar gemiddeld 903 euro per jaar. Dat is ruim 9 procent meer dan in 2020 (toen was het 828 euro).

De verklaring is simpel: Olst-Wijhe komt geld tekort voor wat in politieke kringen het 'sociaal domein' wordt genoemd; de jeugdzorg en de Wmo. Daaronder vallen zorg- en ondersteuningstaken als de huishoudelijke hulp.

Veel gemeenten kampen met tekorten op zorgtaken, zoals de jeugdzorg en de Wmo (ondersteuning zoals de huishoudelijke hulp). Gemeenten werden in 2015 verantwoordelijk voor die taken, maar kregen van Den Haag niet hetzelfde budget om ze uit te voeren als het Rijk ervoor had. Er werd dus op bezuinigd, en flink ook. Gemeenten hebben de afgelopen jaren vaak gevraagd om extra geld, maar als het Rijk niet over de brug komt, moeten gemeenten op andere manieren aan geld zien te komen. De belasting op huizen - de onroerendezaakbelasting (ozb) - is daarvoor een van de weinige, lucratieve manieren.

Protesten boeren

Dat Olst-Wijhe nu bij de duurste gemeenten hoort, komt voor wethouder van financiën Hans Olthof (VVD) niet als een verrassing. "Ik was er al een beetje bang voor", zegt hij in een reactie. Olst-Wijhe verhoogde de ozb voor woningeigenaren extra na protesten van boeren voor het gemeentehuis in november vorig jaar.

Aanvankelijk zou de ozb op zowel woningen als niet-woningen (zoals boerenbedrijven) met tien procent worden verhoogd, maar dat was volgens de demonstranten teveel van het goede. Om de lastenverzwaring voor onder meer boeren te kunnen beperken, verhoogde Olst-Wijhe de ozb voor woningeigenaren juist extra. Huizenbezitters betalen daardoor komend jaar maar liefst 14,5 procent meer belasting over hun woning.

Goedkoper wonen

In schril contrast met gemeenten als Haaksbergen, Olst-Wijhe en Borne, staat naast het eerder genoemde Oldenzaal ook Rijssen-Holten. Daar wonen is per jaar honderden euro's goedkoper dan in de duurste gemeenten van onze provincie. En in Rijssen-Holten stijgen de lasten ook nog eens niet, of heel licht. Alleen de ozb stijgt met slechts 1,27 procent. De andere heffingen blijven gelijk.

Kampen is van alle Overijsselse gemeenten de enige waar voor sommige inwoners de woonlasten iets omlaag gaan. Dit komt doordat de afvalstoffenheffing met 3 euro daalt. Huiseigenaren merken dit voordeeltje overigens niet, omdat de ozb stijgt.

Mogen gemeenten dit zomaar doen?

Tot 2019 werden er tussen het Rijk en de gemeenten jaarlijks afspraken gemaakt over de maximale stijging van de ozb. Hier hielden veel gemeenten in Nederland zich niet aan. De afspraken leidden dus niet tot een matiging van de lokale lastenstijging, zoals de bedoeling was. Daarom werd in 2019 een 'benchmark' geïntroduceerd.

Daarin worden naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing vergeleken. Er wordt een overzicht van de totale gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling per provincie gegeven, net als de landelijke en provinciale gemiddelden. Het idee is dat de verschillen tussen gemeenten zo inzichtelijker worden gemaakt.

Ozb enige melkkoe

Gemeenten mogen zelf besluiten of ze de lasten verhogen en zo ja, met hoeveel. Maar voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing geldt dat de heffing kostendekkend moet zijn. Geld dat daarvoor wordt opgehaald, mag niet voor andere zaken worden gebruikt.

Anders is dat voor de ozb. De onroerendezaakbelasting is één van de weinige manieren voor gemeenten om extra geld binnen te halen dat vrij kan worden besteed. Er kunnen bijvoorbeeld tekorten op de begroting van worden gedicht. Dat gebeurt ook. Zo werd in Borne de ozb vorig jaar al met 16,2 procent verhoogd en komt daar dit jaar nog eens 11,75 procent bovenop.

Hoewel de huizenprijzen de afgelopen jaren zijn gestegen, is dat niet de oorzaak van die hogere ozb. Dat zit zo: er wordt als het ware aan twee knoppen gedraaid. De waardestijging van woningen wordt door gemeenten gecorrigeerd, waardoor het deel waarover je belasting betaalt kleiner wordt. Dat heet het tarief. Toch wordt met de andere knop de ozb vaak alsnog verhoogd.

Over het onderzoek

RTV Oost vergeleek de gemiddelde lastendruk voor een- en meerpersoonshuishoudens, van zowel woningeigenaren als huurders. Die lokale lasten bestaan uit de onroerendezaakbelasting (ozb), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Voor de hoogte van de ozb is uitgegaan van de gemiddelde huizenprijs in de betreffende gemeente.

Uitgangspunt waren de cijfers uit de COELO Atlas voor Gemeenten van 2020, waarin jaarlijks de lokale lastendruk in heel Nederland in kaart wordt gebracht. De stijging van de tarieven en percentages zijn gebaseerd op de begrotingen van de gemeenten voor 2021.

Veel gemeenten verhogen hun belastingen en heffingen enkel met een inflatiecorrectie. Opmerkelijk is dat die sterk uiteenloopt. Terwijl de inflatie vorig jaar in Nederland slechts 0,8 procent bedroeg (CBS, november 2020), zijn er gemeenten die onder de noemer inflatiecorrectie (of prijsindexatie) hun lokale lasten met maar liefst 2,6 procent verhogen.