Door taboe op de dood sterven veel moslims in eenzaamheid

Op ziek zijn en doodgaan rust een taboe onder moslims. Daardoor kan het gebeuren dat veel moslims, ondanks de familiecultuur waarin ze leven, toch eenzaam sterven. Het kan leiden tot hartverscheurende situaties, vertelt Saïda Aoulad Baktit.

Saïda Aoulad Baktit is islamitisch geestelijk verzorger in het Radboudumc in Nijmegen. Uitgeverij Van Warven in Kampen gaf een boek over haar uit: Saïda, van schoonmaakster tot islamitisch geestelijk verzorger.

Toneelstukje opvoeren

Saïda's ogen stralen als ze vertelt over haar werk als geestelijk verzorger in het Radboudumc. Maar haar stem stokt als ze praat over de moeilijke gesprekken die ze soms moet voeren. “Er wordt vaak een toneelstukje opgevoerd”, zegt ze. “Dan zeggen de ouders dat alles goed komt, terwijl hun kind weet dat het gaat sterven.”

Door de houding van de familie krijgt het kind geen ruimte om de emoties te uiten en met elkaar het gesprek aan te gaan over het naderende einde. “Ik zie nog veel moslims in eenzaamheid sterven”. En dat, terwijl het bijstaan van een stervende toch een religieuze plicht is voor de familie. Het raakt Saïda diep.

Omdat ze als geestelijk verzorger geheimhouding heeft, kan ze de gevoelens van de patiënt niet een op een doorgeven aan de familie. “Ik spreek dan met beiden afzonderlijk en vertel wel dat de familie het gesprek aan moet gaan met de zieke.” Dan komt er vaak toch openheid en wordt de laatste levensfase samen tot een goed einde gebracht.

Hoop op een wonder

Ze legt uit dat een moslim uitgaat van de mogelijkheid dat er altijd nog een wonder kan gebeuren. En die hoop mag je een patiënt niet ontnemen. Lijden wordt als een beproeving gezien. Ook op ziektes als kanker en corona rust een taboe. Moslims voelen zich vaak schuldig, dat ze de rituele verplichtingen niet na kunnen komen. “Maar Allah is barmhartig”, zegt ze.

Arts is bijna heilig

Door de culturele verschillen kunnen er tussen arts en patiënt misverstanden ontstaan. Voor een moslim is een arts bijna heilig, hij staat op een voetstuk. Dan vraag je als patiënt niet door. Zo kan een ernstig zieke toch met een paracetamolletje worden afgescheept. Of een arts brengt slecht nieuws onomwonden. Iets wat een moslim als bot en onfatsoenlijk ervaart. Door haar werk is er in het Radboudumc meer aandacht voor de specifieke rituelen en opvattingen van moslims omtrent ziekte, dood en palliatieve zorg.

Schoonmaakster

Saïda begon als schoonmaakster in het ziekenhuis. Omdat ze vloeiend Arabisch spreekt en moslima is, werd ze vaak door de verpleging of door patiënten benaderd om te tolken. Gaandeweg werd ze een vertrouwenspersoon. Het schoonmaakwerk verdween naar de achtergrond. Inmiddels heeft ze een volwaardige aanstelling als islamitisch geestelijk werker in de dienst Geestelijke Verzorging en Pastoraat.

Als 5-jarig meisje kwam ze naar Nederland. Ze was nieuwsgierig en kon goed leren maar vader haalde haar van de mavo om te trouwen. 'Jammer dat Saïda geen jongen is', zei hij tegen haar moeder. Saïda legde zich niet neer bij de traditionele rolpatronen en ging zich verdiepen in de islam.

Allah als vriend

Ze kwam inspirerende vrouwen tegen, die wel zelfstandig waren. Ook haar godsbeeld veranderde. “Mijn vader had het steeds over een strenge God, die alles ziet. Ik was bang en wist dat ik dat niet wilde overbrengen aan mijn kinderen.” Ze zet daar een positief beeld van Allah als vriend tegenover.

Inmiddels voert Saïda in het ziekenhuis allerhande gesprekken over uiteenlopende onderwerpen. Zwangerschapsafbreking, pijnbestrijding, palliatieve sedatie, het wel of niet voortzetten van een behandeling. Daarnaast is ze actief in de moslimgemeenschap en is een veelgevraagde spreekster op congressen.

Zondag 17 januari in Hoogtij een gesprek met Säida Aoulad Baktit.

Meer over dit onderwerp:
HIERNUMAALS KAMPEN
Deel dit artikel: