Zwolle wil onderzoek naar roof Joods bezit tijdens bezetting en lokaal overheidsoptreden na-oorlogse jaren

Burgemeester en wethouders van Zwolle willen dat het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en Genocidestudies (NIOD) een meerjarig onderzoek gaat doen naar geroofde Joodse spullen en onroerend goed in de stad tijdens de Tweede Wereldoorlog. In dat onderzoek moet ook het opleggen van achterstallige belastingen en andere manieren van "kil en bureaucratisch optreden" tijdens en na de bezettingsjaren worden meegenomen, vindt het college.

Het landelijk onderzoek van Pointer - journalistiek platform en tv programma van KRO-NCRV - naar geroofd Joods (on)roerend goed maakte vorig jaar in ons land veel los, ook in Zwolle. Volgens burgemeester en wethouders van Zwolle wordt 75 jaar na dato de behoefte aan waarheidsvinding en rechtsherstel maatschappelijk gevoeld. Inmiddels hebben zo'n twintig gemeenten in Nederland aangegeven onderzoek te laten doen.

Helft van 800 Joodse Zwollenaren vermoord

Zwolle had voor de Tweede Wereldoorlog met ongeveer 800 mensen één van de grotere, bloeiende Joodse gemeenten van ons land. In de oorlog werd meer dan de helft van de Joodse Zwollenaren vermoord. De kille ontvangst van de overlevenden bij terugkeer in Nederland is pijnlijk en beschamend en stond helaas niet op zichzelf.

Illustratief daarvoor is het verhaal van de Joodse Selma Wijnberg. In 2017 kreeg haar verhaal, in bijzijn van haar familie, een eigen plek in de synagoge binnen de permanente educatieve tentoonstelling van het Joods cultuurhistorisch erfgoed van Zwolle en omgeving.

Selma Wijnberg

Selma Wijnberg groeide op in Zwolle, waar haar ouders bij de Veemarkt het hotel Wijnberg hadden. Gedurende de oorlogsjaren dook ze onder in Utrecht en De Bilt. Daar werd ze in 1943 opgepakt en via kamp Vught en kamp Westerbork naar het vernietigingskamp Sobibor afgevoerd. Selma Wijnberg was de enige Nederlandse gevangen vrouw die uit dat concentratiekamp wist te ontsnappen. Ze vluchtte uit het kamp samen met de Poolse Jood Chajm Engel, met wie ze een stel vormde. De twee doken na de vlucht onder op een boerderij, trouwden en Selma raakte zwanger. Na de onderduikperiode tijdens omzwervingen door Europa overleed hun zoon Emiel en kwamen Selma en Chajm uiteindelijk in het bevrijdingsjaar 1945 terug in Zwolle, waar ze in hotel Wijnberg gingen wonen. Bij haar terugkomst in Zwolle wachtte haar als overlevende van de Holocaust zo'n kil en bureaucratisch ontvangst. Haar man werd gezien als ongewenst vreemdeling vanwege zijn Poolse nationaliteit en moest Nederland verlaten. Het stel trouwde op 18 september 1945 opnieuw, en daaruit trok de Zwolse politie de conclusie dat ook Selma nu de Poolse nationaliteit had. De Zwolse politie wilde van KVP-minister van Justitie Hans Kolfschoten weten of nu ook Selma als ongewenst vreemdeling weg moest uit Nederland. Zo ver kwam het niet, omdat Polen geen onderdanen uit het buitenland opnam. Er werd overwogen om beiden in een vreemdelingenkamp in Valkenswaard op te sluiten, maar daarmee werd gewacht omdat men verwachtte dat ze wel snel alsnog naar Polen uitgezet zouden kunnen worden. In Zwolle kreeg het paar een zoon en een dochter en ze dreven een stoffen- en modezaak. Het stel vertrok later naar Israël, Chajm Engel overleed in 2003 en Selma Wijnberg in 2018.

In 2010 bood de Nederlandse regering excuses aan voor de ongepaste behandeling die ze na de oorlog had ontvangen. Selma keerde voor die gelegenheid terug naar Nederland, waar ze Zwolle bezocht. In 2017 werd daar een herdenkingsplaquette voor haar geplaatst.

Meer over dit onderwerp:
ZWOLLE 75 JAAR VRIJHEID
Deel dit artikel: