Fouten meldkamer bij dodelijk ongeval Deventenaar

Fouten van de meldkamer en miscommunicatie met politie en hulpdiensten hebben ertoe geleid dat een Deventenaar na een ongeval op de A1 drie dagen lang dood in de berm bleef liggen.Â

Rijden met te hoge snelheid en misverstanden in de communicatie met de meldkamer zijn de belangrijkste factoren voor de dood van de man. De 40-jarige Deventenaar kwam om het leven op de A1 bij Stroe. Dat is duidelijk geworden in het onderzoek dat de politie instelde naar het eenzijdige ongeval dat in de nacht van 7 op 8 september plaats had. Het lichaam van de verongelukte autobestuurder uit Deventer werd pas dagen later in de middenberm van de snelweg aangetroffen.

 

Het onderzoek van de politie heeft de mysterieuze omstandigheden van het ongeval deels opgehelderd. Zo is vastgesteld dat de auto die door de Deventenaar werd bestuurd erg hard heeft gereden. Dat is gezien door een getuige die door het slachtoffer werd ingehaald. Ook kon het worden afgeleid uit de positie van het autowrak en de wijd verspreid liggende brokstukken. De auto verdween in een bosschage in de middenberm en daarmee uit het zicht van de weg. Pas op 11 september zag een passerende vrachtwagenchauffeur het autowrak liggen en maakte daarvan melding bij de politie.

 

Ernstig hoofdletsel

De auto lag ondersteboven in de bosschages vier kilometer van de locatie waar werd gezocht naar de verdwenen auto. Bij onderzoek van het slachtoffer is vastgesteld dat hij ernstig hoofdletsel had opgelopen. Door de tijd die er overheen ging voordat de Deventenaar werd gevonden, is de man aan zijn verwondingen bezweken.

 

Bepalend voor de tijd die verloren ging en waardoor hulp voor het slachtoffer te laat kwam, is de miscommunicatie met meldkamer en hulpverleners geweest.  De eerste melding kwam van een getuige, die in de bewuste nacht zag dat een auto rond kwart over een 's nachts van de weg raakte. Daarbij ontstond verwarring over de plaats van het ongeval, waarbij de linkerkant met de rechterkant van de snelweg werd verwisseld.

 

Zoeken op de verkeerde plek

De hulpverleners zochten op aanwijzing van de meldkamer langs de kant van de weg richting Apeldoorn, terwijl het ongeval, zoals later bleek, op de weg richting Amersfoort gebeurde. Het startpunt voor de vergeefse zoektocht lag ook bij de aanduiding van een verkeerde hectometerpaal. Daardoor werd door zes politiewagens gezocht op een locatie die vier kilometer verder lag.

 

Later is vastgesteld dat hulpdiensten toch langs de plek hebben gereden waar het autowrak lag, maar toen is niets gezien. Dat had ermee te maken dat het wrak onderaan een talud lag, achter dicht begroeid struikgewas. Door de impact van het ongeval was de accu uit het motorcompartiment geslingerd, waardoor ook de verlichting van de auto het niet meer deed.

 

Daags na het ongeval, op 9 september, is door een weggebruiker van de A1 nogmaals melding gemaakt van een auto die in de middenberm op de kop lag. Ook bij die melding ging het mis en werd wederom de auto niet gevonden. Pas bij de volgende melding van een vrachtwagenchauffeur op 11 september die het wrak vanuit zijn hoge cabine zag liggen, kon de juiste positie van de auto en het slachtoffer worden bepaald.

 

Procedure meldingen aangepast

De bevindingen van het onderzoek zijn besproken met de nabestaanden. De politie gaat de procedure bij meldingen van ongevallen op autosnelwegen aanpassen om misverstanden in de toekomst te vermijden. 

Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel:

Reageren