Deventer meest haalbaar voor toename goederenvervoer

Uitbreiding van spoor in en rond Deventer lijkt de meest haalbare optie om in 2020 meer goederenvervoer aan te kunnen in Oost-Nederland. Dat blijkt uit de Milieu-effectrapportage die is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Die wil meer goederenvervoer in Oost Nederland mogelijk maken, om de Randstad te ontlasten en daar meer vervoer van passagiers mogelijk te maken. In het MER-onderzoek zijn 4 varianten onderzocht; Kopmaken in Deventer, de variant Ten Westen van Bathmen, de variant Ten Oosten van Bathmen en de variant Twentekanaallijn. Er is onder meer gekeken naar invloed van extra goederenvervoer op trillingshinder, natuur, archeologie en reistijd.

 

Kopmaken in Deventer

De variant 'Kopmaken in Deventer' heeft volgens het onderzoek de minste negatieve effecten op natuur en omgeving. Wel wordt er bij 550 extra gebouwen ten opzichte van nu trillingshinder verwacht. Deze variant is wel de goedkoopste met een maximale investering van 210 miljoen euro. Daarnaast zou het op tijd klaar kunnen zijn, eind 2020. In deze variant komen goederentreinen vanaf Zutphen over de IJssellijn tot aan de Oostzijde van Deventer, veranderen daar van rijrichting en rijden via Almelo naar Hengelo. Deze variant levert de minste tijdswinst op voor goederenvervoer, ten opzichte van de huidige situatie.

 

Ten Westen van Bathmen

In deze variant wordt een nieuw stuk spoor aangelegd van 6 kilometer. Voor Deventer buigt het spoor dan af en loopt ten westen van Bathmen richting A1, om daar vervolgens parallel aan de snelweg richting Twente te gaan. Deze variant heeft negatieve gevolgen op de ecologische hoofdstructuur, zo komt er een extra barrière voor bijvoorbeeld dassen en reeën. Ook heeft de spoorlijn grote invloed op het aangezicht van het landschap. De trillingshinder voor omwonenden lijkt relatief weinig. Zo'n 300 extra huizen krijgen er last van. Wel is deze variant een half uur sneller dan 'Kopmaken in Deventer'. Kosten zijn maximaal 267 miljoen en de variant kan eind 2020 klaar zijn.

 

Ten Oosten van Bathmen

Bij deze variant komt er een nieuw trace onder Bathmen langs, om ten oosten van het dorp richting A1 en bestaand spoor te buigen. Deze variant heeft een grote ingreep op het landschap, er zou een spoortracé van 10 kilometer lang verrijzen. Ook moet rekening worden gehouden met aanwezigheid van, archeologisch gezien, waardevolle grond. De variant, die maximaal 318 miljoen gaat kosten, kan niet op tijd klaar zijn. Eind 2020 kan niet worden gered. Wel zou hij net als de variant ten oosten van het dorp een half uur sneller zijn dan 'Kopmaken in Deventer'.

 

De Twentekanaallijn

Deze lijn kan gebruik maken van een bestaand tracé, dat bij Zutphen afbuigt en via Lochem, Goor en Delden naar Hengelo gaat. Maar aanpassing van deze Twentekanaallijn lijkt voor omwonenden de meeste impact te hebben. Voor 1000 extra huizen betekent het trillingshinder. Daarnaast zijn er, naast lichte geluidwerende maatregelen als op voorgaande varianten, ook zware maatregelen nodig. Zo moeten er over een lengte van maximaal 6,5 kilometer geluidsschermen worden gebouwd van 4 meter hoog. Daarnaast heeft het grote impact op de archeologische waarde van het gebied, omdat enkele archeologische monumenten worden aangetast. Ook is deze variant met maximaal 590 miljoen de duurste. Wel zou hij de meeste tijdswinst voor het goederenvervoer opleveren. Hij zou niet eind 2020 af kunnen zijn.

 

De staatssecretaris van Infrasructuur en Milieu gaat nu alle varianten afwegen en neemt dit najaar een beslissing welke variant geschikt gemaakt gaat worden voor goederenvervoer.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Goederentreinen Dossiers
Deel dit artikel:

Reageren