Hoe een familie in Nijverdal het leven van Rotterdamse joden redde

De Nijverdalse familie Plomp heeft een belangrijke rol gespeeld in de levens van de joodse familie Spetter. De 25-jarige Elise Spetter deelt bij regionale omroep Rijnmond het verhaal van haar familie en hun omzwervingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bij de familie Plomp vonden ze een onderduikadres, waardoor meerdere leden van haar familie ontkwamen aan de concentratiekampen.

Dit verhaal is geschreven vanuit het perspectief van Elise Spetter, die haar verhaal deelde met regionale omroep Rijnmond.

'Het verhaal begint op een zonnige zomerdag in 2014. Een Rotterdamse bewoner van de Bergselaan 176A is bezig met de verbouwing van zijn huis. Tijdens het werk aan de vloer stuit hij op een oud uitziend visitekaartje op naam van Manufacturenhandel M. Spetter. Bij een volgende verhuizing, 5 jaar later, wanneer het kaartje weer opduikt uit een verhuisdoos, zoekt hij alsnog op hoe het onder de vloer terecht is gekomen. De kleine vondst leidt naar het verhaal van een Rotterdams joods gezin dat werd vermoord in 1943. Het is een herinnering aan de tijd dat alle joodse Rotterdammers in de Tweede Wereldoorlog moesten vrezen voor hun leven.

'Natuurlijk wil ik het hebben'

"Ik heb een kaartje op naam van de heer Spetter gevonden en zag online dat hij met zijn gezin ooit het huis heeft bewoond. Mocht je interesse hebben, dan kan ik het naar je opsturen”, schrijft de toenmalige bewoner in 2019 aan mijn tante op LinkedIn. "Natuurlijk wil ik het heel graag hebben. Dit is van grote emotionele waarde. We hebben heel weinig van de familie van mijn vader”, reageert ze uitgelaten.

Het gevonden visitekaartje met recht oom Joseph en zijn vrouw (Foto: Archief familie Spetter)
Het gevonden visitekaartje met recht oom Joseph en zijn vrouw (Foto: Archief familie Spetter)

De genoemde heer Spetter is oom Joseph van Elise, een broer van haar opa. Hij woonde met zijn vrouw en drie kinderen in het huis aan de Bergselaan en werkte in manufacturenhandel M. Spetter, waar het kaartje naar verwijst. Oom Joseph, zijn vrouw en de kinderen komen op 23 april 1943 om in de gaskamers van concentratiekamp Sobibór.

Geen gehoor

'Terug naar mijn opa en oma, Isidore Spetter en Rebecca van der Sluijs. Een jaar eerder dan Joseph, op 30 juli 1942 werden zij opgeroepen zich te melden voor deelname aan 'werkverruiming' in Duitsland. Zij waren op dat moment 24 en 25 jaar. In tegenstelling tot Joseph gaven zij geen gehoor aan deze oproep. Op het laatste moment kregen ze een onderduikadres in Nijverdal van een vriend van mijn opa die in het verzet zat. Mijn oma vroeg of haar ‘broertje’ (die overigens 4 jaar ouder was) mee mocht. Dat werd gelukkig positief beantwoord.

Isidore en Rebecca Spetter zaten ondergedoken bij de familie Plomp in Nijverdal (Foto: Archief familie Spetter)
Isidore en Rebecca Spetter zaten ondergedoken bij de familie Plomp in Nijverdal (Foto: Archief familie Spetter)

Het duurde niet lang voordat ze vertrokken naar het onderduikadres in Nijverdal. Het kon ook niet lang duren, want zij liepen continu de kans te worden opgepakt en alsnog op transport te worden gezet naar één van de vernietigingskampen.

Spannende momenten

In deze periode zijn mijn opa en oma niet ontdekt of verraden, al was het op sommige momenten wel spannend. Bijvoorbeeld toen de nazi’s eind 1944 binnenkwamen voor een huiszoeking. Ze waren op zoek naar woonruimte voor officieren. Mijn vader lag beneden in de wieg, mijn opa en oma hielden zich muisstil op de zolderkamer. Het was dat mijn vader heel blond haar had in zijn babytijd, waardoor het aannemelijk was dat het ging om een kind van het echtpaar. Anders had dit heel anders kunnen aflopen.

Mijn vader lag beneden in de wieg, mijn opa en oma hielden zich muisstil op de zolderkamer
Elise Spetter

Maar de ‘onderduiktijd’, zoals mijn oma dat noemde, kende ook leuke momenten. Zo verbouwde zij samen met de vrouw des huizes, tabak in de vensterbank. De bladeren werden gedroogd en ze rolden er shaggies van. Over de kwaliteit van de tabak kon ze kort zijn, die was verschrikkelijk! Maar lol van het maken hadden ze.

Lijkbleke kleur

Helaas werden de man des huizes, Dirk Plomp, en de broer van mijn oma opgepakt toen ze 's avonds melk gingen halen bij de boer in de buurt. Dat was de enige mogelijkheid om een keertje buiten te zijn, mijn opa ging ook wel eens mee.

Deze keer kwamen ze een Duitse patrouille tegen die vroeg naar hun persoonsbewijzen. Het was vrij snel duidelijk dat het ging om een lokale man en een onderduiker, onder andere omdat mijn oma’s broer, die violist was, een vals persoonsbewijs had met daarop als beroep ‘grondwerker’. Een blik op zijn handen was voldoende voor de vraag "Sind sie Jude?". Hij hoefde niet te antwoorden, zijn lijkbleke kleur van het al twee jaar niet buiten komen en uiteraard van schrik, was voldoende.

Dirk Plomp werd gearresteerd en naar een Duits werkkamp gedeporteerd. Hij kwam in februari 1945 lopend terug
Elise Spetter

Dirk Plomp werd gearresteerd en naar een Duits werkkamp gedeporteerd. Hij kwam in februari 1945 lopend terug. De broer van mijn oma werd afgevoerd naar Westerbork. Hij overleefde de oorlog doordat de spoorlijnen door de geallieerden werden gebombardeerd en er minder transporten naar de vernietigingskampen gingen. Hij heeft veel geluk gehad.

Zeer regelmatig contact

Mijn familie heeft vanaf de oorlog zeer regelmatig contact met de familie Plomp. Zo werden ze bij de meeste belangrijke evenementen uitgenodigd, zoals huwelijken en geboorten. Mijn oma bezocht hen minimaal één keer per jaar (meestal in de meidagen) en bracht ze dan altijd iets lekkers. Mijn vader gaat jaarlijks langs bij Rietje, de dochter van het echtpaar Plomp, die hij beschouwt als een soort grote zus.

Mijn familie heeft vanaf de oorlog zeer regelmatig contact met de familie Plomp
Elise Spetter

Het echtpaar Plomp ontving in 2010 postuum de onderscheiding voor 'Rechtvaardige onder de Volkeren' via hun dochter Rietje. Het is een eretitel voor mensen die joden in de oorlog hebben geholpen met onderduiken en overleven. Rietje ontving de medaille namens hen, uit handen van wijlen Eberhard van der Laan, toenmalig burgemeester van Amsterdam.

Niet meer dan normaal

De reden dat dit postuum gebeurde, is dat het echtpaar niks wilde weten van onderscheidingen. Zij vonden het niet meer dan normaal om mensen die dat nodig hadden onderdak te bieden. Dat zij dit deden met gevaar voor eigen leven, speelde nauwelijks een rol. Dirk Plomp was een vrijdenker, wars van religie. In het dorp Nijverdal dacht men dat hij communist was en keek op hem neer.

Na uitreiking van de onderscheiding vond zijn dochter Rietje het dan ook heel belangrijk dat hierover een artikel werd geschreven in een regionaal dagblad, om zo zijn nagedachtenis te eren en de verkeerde indruk van de mensen uit zijn dorp recht te zetten. Dit artikel is een aantal weken na de uitreiking van de onderscheiding geplaatst, tot grote blijdschap van Rietje.

Verdriet blijft

Het verdriet van de oorlog blijft. En het gemis van de familieleden die ik had willen kennen, wordt alleen maar groter. Los van hoe lang het geleden is. Vandaag herdenk ik hen, en ik vind het belangrijk dit verhaal te vertellen, opdat wij niet vergeten.'

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via een WhatsApp-bericht: 06 - 57 03 33 33.
Deel dit artikel: