Rob Vorkink

"André de Vries, heeft hij het nou gedaan of niet?"

Het is bij onder anderen mijn collega’s de meest gestelde vraag van vandaag: "Enschedeër André de Vries, is hij nou degene die de vuurwerkramp heeft veroorzaakt of niet?"
André de Vries, de man die ruim twee en een half jaar wordt gezien als de veroorzaker van de vuurwerkramp in Enschede die dertien jaar geleden aan 23 mensen het leven kost. Hij is niet meer. De Vries sterft op dinsdagavond 9 juli 2013 in het bijzijn van verplegend personeel van een hospice in Hengelo. Hij heeft net een bak koffie gedronken.

Hartenkreet die door de ziel snijdt

Zijn traditionele afscheidsgroet "Ajow" heeft hij nog kunnen laten optekenen in een afscheidsbrief die qua taalgebruik niet de zijne was, maar door begeleiders van Humanitas moet zijn geschreven. Het is een hartenkreet die door de ziel snijdt. Op 46-jarige leeftijd wordt een agressieve vorm van darmkanker hem fataal. Hij sterft verbitterd en verdrietig, zo staat in een brief die wordt voorgelezen tijdens z’n uitvaart.
Een klein groepje mensen is erbij aanwezig op maandag 15 juli. Ik niet. Oud-rechercheur Jan Paalman, die ooit deel uitmaakte van het rechercheteam dat de ramp onderzocht, wel. Hij wordt maandagmorgen gebeld door Humanitas-medewerker Han Rongen die André tot op het laatst heeft begeleid. Keurig in pak meldt Paalman zich na de uitvaart in de foyer van RTV Oost.

"André is dood"

Ik heb geen afspraak, ben enigszins verbaasd, maar weet dan nog niet wat er is gebeurd. "Ik zal maar direct met de deur in huis vallen", zegt Paalman na een slok koffie. "André is dood. Vorige week dinsdag al, maar vanmiddag was de uitvaart. Ik wist het niet, maar ben vanmorgen gebeld dat er 's middags een uitvaart was." Paalman schuift mij een brief in handen. De brief van André voor nabestaanden die hem lief waren. Dat kunnen er niet veel meer zijn geweest. Z’n vader ontbreekt bij de dienst, evenals broer Bert.
André wijt z’n ziekte aan de hardnekkige weigeringen van de autoriteiten en Justitie om excuses te maken dat hij destijds onterecht is aangezien als veroorzaker van de vuurwerkramp. Ja, hij is weliswaar vrijgesproken in 2003 door het Gerechtshof in Arnhem, maar dat was wegens gebrek aan bewijs. En ja, hij heeft een schadevergoeding gehad als compensatie van z’n detentie van ruim twee- en een half jaar. Voor André niet genoeg.

Paria

Hij voelt zich opgejaagd in Enschede en omgeving. Als een paria. Hij vlucht naar Azië om enkele jaren later berooid terug te keren bij een vriend in Duitsland. Die is hem na twee jaar spuugzat. André is inderdaad geen gemakkelijke jongen. Een broertje dood aan werken. Dat zeker. Een jongen met een rijke fantasie. Een jongen ook die z’n eigen leugens gelooft.
Zelfs de meest doorgewinterde verhoorkoppels van het Tolteam, het team dat de vuurwerkramp onderzocht, fronzen soms de wenkbrauwen als De Vries doodleuk meldt een lift naar recreatieplas 't Rutbeek te hebben gehad van een naakte blondine in een Ferrari Testarossa. Desondanks bezwijkt De Vries niet onder druk van de meer dan tachtig verhoren.

Geheim meegenomen in z'n graf?

Hij zou de ramp hebben bekend aan een mede-gedetineerde. Hij zou hebben gebiecht tegen een undercoveragent in het Huis van Bewaring in Maastricht. Was het bluf? Of toch de waarheid? Heeft hij dan een geheim meegenomen in z’n graf? Of is 'de bekentenis' destijds uit scoringsdrift aangedikt door de politie? André zwijgt definitief, maar stelt in z’n afscheidsbrief nog één keer niets met de ramp te maken te hebben gehad.
Om duidelijk te krijgen of De Vries destijds terecht geruime tijd is bestempeld als veroorzaker van de ramp, moeten de feiten die de politie destijds had verzameld worden gereconstrueerd. Die reconstructie geeft een onthutsend beeld. Ik heb daarin de afgelopen jaren een aardig inzicht gekregen door een schat aan informatie die is verzameld.

Rode sportbroek

Processen-verbaal van het Tolteam, aanvullende documenten, rapportages van een intern onderzoek naar de handelswijze van het rampteam, interne memo’s van de rechercheurs die destijds hebben gewerkt aan de zaak en honderden gesprekken met betrokkenen. De feiten zijn ook gebaseerd op onderzoeken en gesprekken ver na de ramp tot en met eind 2012 als de rijksrecherche definitief een einde maakt aan de hoop om het mysterie van de ramp ooit nog te ontrafelen.
Medio oktober 2000 meldt zich een vrouw die vlak voor de eerste brand bij SE Fireworks een man paniekerig ziet wegrennen uit het rampgebied, richting de Roomweg in Enschede. De man heeft helblond krullend haar, een vlas snorretje, loopt op blauwe slippers, draagt een wit T-shirt én...een rode sportbroek. Rond diezelfde tijd meldt zich een Enschedeër aan het bureau die beweert dat een kennis van hem wel eens met de ramp van Enschede te maken zou kunnen hebben. Ene André. Uit onderzoek blijkt dat het om André de Vries gaat.

Op zoek naar de kleding

Vrijwel diezelfde dag in oktober tipt een rechter-commissaris het rechercheteam dat de ramp onderzoekt dat in juni van dat jaar, vijf weken na de ramp, kleding is veiliggesteld van een man die tevergeefs heeft geprobeerd z’n auto in Enschede in brand te steken. De brandstichter droeg een rode sportbroek. Eén van de Tolteam-rechercheurs raakt opgewonden. Hij gaat in het hoofdbureau van politie op zoek naar de kleding van deze man. De auto-brandstichter heet: André de Vries.
De rechercheur knoopt losse eindjes aan elkaar. Brandstichting, een rode sportbroek én de naam André de Vries. Hij raakt opgewonden en gaat als een haas op zoek naar de veiliggestelde kleding van De Vries bij de mislukte poging tot brandstichting.

"We hebben hem"

Op de laatste dag van oktober 2000 krijgt de politieman 's middags een plastic tas met daarin een rode sportbroek, een wit T-shirt en een paar blauwe badslippers. Razend enthousiast stormt de rechercheur de afdeling op en meldt: "We hebben hem...de brandstichter van Enschede." Dit moet de paniekerige man zijn uit het rampgebied vlak voor de eerste brand. De kledingstukken zijn exact hetzelfde als de getuige begin oktober meldde.
Maar vanaf dat moment gebeuren er opmerkelijke zaken binnen het rechercheteam. De rechercheur die de kleding van De Vries heeft veiliggesteld, neemt deze in de eerste week van november 2000 mee naar z'n huis: "Zodat ik zeker weet dat er niet mee gesjoemeld zou worden", verklaart hij later merkwaardig genoeg.

Andere kleding

In de week dat de rechercheur de kleding van De Vries thuis heeft, ontruimt een technisch rechercheur z’n kamer omdat hij vanaf 1 december een nieuwe werkplek in Zwolle krijgt. Hij was in juni de technische man die onderzoek deed naar de poging tot brandstichting in de auto van André de Vries. Als hij z’n afgesloten kast opent, komt hij vijf nylon brandzakken tegen met daarin de kleding van André de Vries.
Opvallend genoeg wijkt de samenstelling van de kleding van De Vries af van het setje dat de Tolteam-rechercheur mee naar huis heeft genomen. De kleding die van De Vries in beslag is genomen bestaat uit: een grijs T-shirt met oranje horizontale strepen, een paar witte sokken, beige sportschoenen én een rode sportbroek.

Getuige herkent André niet

Het raadsel is compleet en dat wordt beschreven in een tijdslijn die is opgemaakt door een onderzoeksteam dat jaren later de handelswijze van het Tolteam onderzoekt. Dit betekent dus dat bij het Tolteam nu twee setjes kleding zijn en dus twee rode sportbroekjes. Dat betekent ook dat de wegrennende paniekerige man nooit André de Vries geweest kan zijn. Immers, die paniekerige man droeg geen sokken, maar slippers en een wit T-shirt. Ook voldoet het signalement niet. De getuige herkent later de dan al gearresteerde De Vries ook niet tijdens de zogeheten Oslo-confrontatie.
Nog opmerkelijker is dat als de rechercheur die de kleding mee naar huis nam na een week terugkeert, de kleding afgeeft bij de technische man van het Tolteam. En die stuurt naar het Nederlands Forensisch instituut, het NFI, de volgende kledingstukken op: een rode sportbroek, een grijs T-shirt met oranje horizontale strepen, een paar sokken en beige sportschoenen. Rara. De kledingsamenstelling is ineens weer veranderd. Het is dus niet het setje met het rode sportbroekje, het witte T-shirt en de blauwe slippers (de kleding van de man in het rampgebied).

Sporen van de rampplek

Eind januari volgt het meest verbazingwekkende: Het NFI meldt dat in alle kledingstukken, dus de rode sportbroek, het grijze T-shirt, de witte sokken en de beige schoenen, sporen zitten van de rampplek. Let wel: het is de kleding die vijf weken na de ramp in beslag is genomen bij De Vries. Het zijn minuscule sporen. Sporen die bij een regenbui al waren gewist. Maar nee, vijf weken na de ramp zit de kleding van De Vries vol minuscule sporen van de rampplek. Gek genoeg wordt in de auto van De Vries én in z’n huis geen enkel spoor van de rampplek gevonden.
De rode sportbroek is later het belangrijkste bewijsstuk tegen André de Vries. Oh ja, dan zou De Vries ook een mobiele telefoon in het bezit hebben gehad die rond het tijdstip van de fatale explosies in het rampgebied was. Dat laatste klopt. Dat eerste niet. De Vries had op 13 mei de telefoon niet meer in het bezit. Dat was anderhalve maand ná z’n arrestatie al bekend bij het Tolteam.

'Gelullificeerd'

Overigens is bovenstaande ontdekt door het team van interne onderzoekers van de politie in 2003. Toen zij concludeerden dat de rechterlijke macht was misleid en er sterke vermoedens waren van gecreëerd bewijs, is het team direct ontbonden en heeft de Rijksrecherche het onderzoek overgenomen. Het onderzoeksmateriaal van de kritische onderzoekers is weggegooid en de rijksrecherche is helemaal opnieuw begonnen. De kritische onderzoekers zijn niet gehoord door de rijksrecherche. Dat geldt ook voor de technisch rechercheur die daadwerkelijk de kleding van De Vries in z'n bezit had.
De conclusie van de rijksrecherche was dan ook dat het traject van de rode sportbroek niets had opgeleverd. Nee, er was nauwelijks onderzoek naar gedaan door de rijksrecherche. De kritische onderzoekers voelden zich 'gelullificeerd', een term van toenmalig korpschef Deelman van de politie Twente. Ze schreven na het verschijnen van het rijksrechercherapport een nieuw rapport over de misstanden met de rode sportbroek. Dat rapport, gedateerd 25 augustus 2004, is vernietigd.

Kortom:

Medio 2011 is het nieuwe politieteam ervan overtuigd dat de bewijslast destijds tegen André de Vries rammelt, met name de sporen in het rode sportbroekje. De rijksrecherche wordt weer ingeschakeld. En hun conclusie, u raadt het al: Er zijn geen twijfels meer. Alles is destijds goed gegaan. Ter overweging: De rijksrecherche heeft in 2012 helemaal geen nieuw onderzoek gedaan naar de vuurwerkresten in de rode sportbroek. Waarom niet? De top van Justitie had hen opdracht gegeven daarnaar geen onderzoek te doen.
André de Vries is 46 jaar geworden. Hij is maandag 15 juli gecremeerd.
 
Bekijk ook het dossier 'Vuurwerkramp 2000'.
Lees meer:
Lees meer:
Lees meer:
Lees meer:
Lees meer:

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via WhatsApp of via de mail.