nieuws

Sneeuwschuivers aan de Weissensee: dan weet je hoe laat het is

Het (voorlopige) eindbedrag van Weissensee4Kids
Het (voorlopige) eindbedrag van Weissensee4Kids © Jan Jutstra
Het was een gekke dag, donderdag voor de tocht. In mijn vorige blog las je waar dat mee te maken had. En dan volgt de donderdagavond. Deez en gene laat nog wat onwillige spieren masseren door de medische staf. En ik kan je verzekeren dat er heel veel deelnemers zijn die zo’n heilzame sportmassage willen ondergaan. Ik schuif ook nog even aan omdat m’n linker hamstring een beetje opspeelt. En wat een tapeje dan kan doen.....
Na de officiële briefing over wat ons te wachten staat, is er de traditionele pastaparty die volledig in het teken staat van koolhydraten die gestapeld moeten worden. Zoveel pasta! Als je er een berg van zou maken, zou het aardig in de buurt komen van ‘De Knobbel’ bij ‘t Harde.

Gelletjes

Nadat Stefan ons nog wat bemoedigende teksten heeft toegesproken, wordt de microfoon overgedragen aan Jannes Mulder. En als je hem een microfoon geeft, stopt ie gewoon niet meer. Hij is niet voor niets de speaker bij de tocht: onderhoudend en gevat. Twee van mijn teamgenoten -Willem en Tjeerd- worden op het podium uitgenodigd verhalen van de vorige editie te vertellen. Natuurlijk ging het over het slechte ijs, maar ook over een bril die in de plasgoot (een langgerekt pashok omgebouwd tot plashok) viel, terwijl iedereen gewoon doorplast. En omdat je snel verder moet.... precies zet je ‘m gewoon weer op je neus. Ook bij een ander verhaal werden de lachspieren losgemaakt. Van de organisatie krijg je een pakketje waar onder andere gelletjes in zitten. Kleine flaconnetjes: één om op te eten (een soort krachtvoer) en één om op je huid te smeren (een brandend zalfje). Eén van onze mensen - ene W.V. te IJ - klaagde achteraf over de vieze smaak van het ene gelletje.

Cold als Ice

Na de party gaat het richting hotel. Wandelend door het dorp kijkt iedereen naar boven. Geen sterren en geen maan te bekennen. Dat is de voorbode van wat de weersprofeten voorspeld hadden: er is sneeuw op komst. Er gaan geruchten dat er wel twintig tot dertig centimeter kan vallen. In het hotel zoeken we vlug onze kamer op, de laatste spulletjes klaargelegd. Drie lagen onderkleding, schaatspak, isolatiehoezen en natuurlijk de valbeschermers: helm, heupbroek en knielappen. Want er komt sneeuw en dat betekent dat je de scheuren en gaten niet ziet. Dat vindt een schaatser niet leuk. En dan naar bed. Woelen en de slaap niet vatten. Steeds, ook terwijl ik het niet wil, gaan mijn gedachten weer naar morgen: de start, het ijs, de sneeuw. Ik moet lachen bij de gedachte dat anderen in andere kamers net zo worstelen om de slaap te vatten. Nog even op mijn Iphone kijken hoe laat het is en of de wekker echt goed gezet is, want om kwart over vijf mag hij me wekken met “Cold as Ice” van Foreigner.

Sneeuwschuiver

Die muziek zal ik niet horen, want tegen vieren worden we gewekt door een sneeuwschuiver. En dan weet je wel hoe laat het is. Inderdaad: vier uur en er valt sneeuw, veel sneeuw.
Na een opmerkelijk stil ontbijt, vertrekken we in een lang lint, met heel veel lichtjes, over de spierwitte Weissensee naar de start. Op een omheind stukje oever lopen we naar de besneeuwde banken - het laagje is ongeveer vijftien centimeter dik - en binden we onze schaatsen onder. Dan naar de startvakken en om exact zeven uur lost Annie Postma-Friesinger het startschot, ook voor haar man Ids die met een groepje Kenianen de tocht zal rijden.

De Tocht

En dan de start van de eerste ronde die we in het donker zullen rijden. Deelnemers die in het schijnsel van hun koplampjes hun weg zoeken, maar wat je ziet is: sneeuw en nog eens sneeuw. Ik zie de eersten vallen en weer opstaan. Niet af laten leiden, blijven concentreren op je eigen ‘baan’. Dan een vlek rood gekleurde sneeuw: geen bietensap, maar bloed. Blijven concentreren. Ik realiseer me dat voorin Stefan, René, zijn zoon Robert, Gerrit, Bé, Gert Jan, Wilco en André met ware doodsverachting snelheid maken, waar ik juist inhoud en zachter ga. En terwijl het licht langzamerhand terrein verovert op het donker, legt mijn angst om te vallen het af tegen vertrouwen in de goede afloop. De eerste honderd kilometer gaan als een tierelier, zonder tussenstop èn zonder val. Het stopt met sneeuwen en af en toe werpt de zon een bijzonder kleurrijk licht over onze schaatsbaan. En door het gele glas van mijn skibril lijkt dat nog sprookjesachtiger.
Maar zo mooi zou het niet blijven. Want je gaat de kilometers voelen en het begint opnieuw te sneeuwen en harder te waaien. Aanklampen bij een groepje en stuk voor stuk de ronden aftellen. De eerste val en daarna nog eens: blij met m’n heupbroek.
Tegen half drie finishen de eersten: een kopgroep met vier W4K schaatsers. Voor mij nog ruim vijftig kilometer te gaan. Het wordt zwaarder en het is een schrale troost dat ik niet de enige ben. De spieren aan de binnenkant van mijn beide bovenbenen verkrampen. Van Ruurd krijg ik een gelletje (om te drinken) en bij een tussenstop masseren Carmen en Marjolein (de sportmasseurs) mijn bovenbenen. Natuurlijk worden er dan hele flauwe grappen gemaakt door collega pitstoppers. René moedigt me aan met het dreigement dat ik ‘m nu wel uit moet rijden omdat hij als rasechte Dosser me anders op zal knopen aan m’n Go-Ahead sjaal.

Bloedend over de finish

En dan komt eindelijk de laatste ronde, de laatste kilometers. Afzien van de spierpijn en daarnaast genieten van de invallende schemer. Foute boel. Even niet opgelet: met een smak klap ik voorover: eerst op m’n knie en dan op m’n kin. En onder me kleurt de sneeuw rood. Aan m’n kin voel ik een scheurtje en dat hoort niet: scheuren horen in het ijs. Ik sta op, vechtend tegen de kramp en zie dat mijn rood-gele Go-ahead Kampen sjaaltje opeens steeds meer rood dan geel wordt. Nog acht kilometer. Langzaam trekt de pijn weg. Via een paar lussen steeds heel dicht bij de finish en dan toch nog door moeten. En dan eindelijk: de eindstreep. Felicitaties, zoenen en een heuse medaille omgehangen door Alet. Ontroerend mooi al die mensen die ons opvangen. Lianne en Alex van het Ronald McDonald Huis en Orange Babies vergezellen me naar de medische post. Op de behandeltafel naast me ligt Mart uit Barneveld. Hij is er slechter aan toe en waar ik van Alex en Lianne een lift naar het hotel krijg, wordt hij per ambulance naar het ziekenhuis gebracht met een zware hersenschudding en een gebroken jukbeen.

Daar doen we het voor

‘s Avonds genieten we na en wisselen verhalen uit. Over vallen, opstaan, er door zitten en toch weer doorgaan. Sandra die bijna ongetraind na vijfenzeventig kilometer uit wilde stappen, maar aangemoedigd door haar teamgenoot Peter toch nog vijftig kilometer verder schaatst. En wat te zeggen van Nienke Stehouwer die met haar zestien jaar de jongste is die de eindstreep haalt.
En toen kwam het hoogtepunt, waar iedereen op zit te wachten. Het is het moment waarop Lianne en Alex naar voren geroepen werden. Zij vertegenwoordigen hen voor wie we vandaag geschaatst hebben. Jonge kinderen met een moeilijke start dichtbij in Zwolle en verder weg in Namibië. Er gaat een groot gejuich op als de (voorlopige!) opbrengst van honderdentwintigduizend (120.000) euro bekend gemaakt wordt.
Al de vrijwilligers worden in het zonnetje gezet en uiteindelijk zijn alle schijnwerpers op Marije van Dijk gericht. Met alle mensen om haar heen is zij de drijvende kracht!!
Net als de meesten zoek ik m’n bed op en anderen investeren hun laatste energie op de Weissensee in de tent op het ‘Blarenbal’.
Door: Jan Jutstra

De foto’s van Weissensee4Kids vind je hier op Flickr.

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via een WhatsApp-bericht: 06 - 57 03 33 33.
Lees meer:
Lees meer:
Lees meer:
Lees meer:
Lees meer:

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via WhatsApp of via de mail.