Ondanks tik op vingers voor gemeenten nauwelijks nieuwe woonwagenstandplaatsen in Overijssel

In drie jaar tijd zijn er in heel Overijssel nauwelijks nieuwe standplaatsen voor woonwagens bijgekomen. Dat blijkt uit een rondgang van RTV Oost onder Overijsselse gemeenten. In juli 2018 kregen de meeste gemeenten een tik op de vingers omdat ze een uitsterfbeleid hanteerden. Daardoor kwamen er nauwelijks nieuwe standplaatsen bij. Maar ook in de afgelopen drie jaar is er nog weinig vooruitgang geboekt.

In Overijssel zijn er sinds 2018 alleen in Deventer twee standplaatsen opnieuw in gebruik genomen. En dat terwijl er uit eigen onderzoek van Overijsselse gemeenten is gebleken dat er in ieder geval behoefte is aan ruim tachtig nieuwe standplaatsen.

Dat aantal loopt hoogstwaarschijnlijk nog op, omdat drie gemeenten hun onderzoek nog niet hebben afgerond en vijf gemeenten geen reactie hebben gegeven op de vragen van RTV Oost. Zeven gemeenten geven aan dat financiële ondersteuning vanuit het Rijk zeer welkom is, vanwege de complexiteit van het dossier en de hoeveelheid werk die ermee gepaard gaat.

Uitsterfbeleid

Gemeenten hebben sinds ze in 2018 op de vingers werden getikt duidelijke opdrachten gekregen van het Rijk; in kaart brengen hoeveel behoefte er is naar nieuwe standplaatsen, welke locaties daar geschikt voor zijn en die realiseren.

Het College van de Rechten van de Mens en de Nationale Ombudsman wezen er ruim drie jaar geleden op dat het Rijk, lokale overheden en woningcorporaties verplicht zijn om de cultuur van woonwagenbewoners niet alleen te beschermen, maar ook te faciliteren. Het uitsterfbeleid dat jarenlang werd uitgevoerd, terwijl er wel behoefte was aan extra standplaatsen, werd discriminerend genoemd.

Alleen in de gemeenten Deventer en Tubbergen zijn er concrete plannen om dit jaar nog extra standplaatsen op te leveren. In Tubbergen worden twee standplaatsen opgeknapt en opnieuw in gebruik genomen, en in Deventer worden er in 2021 drie totaal nieuwe standplaatsen met huurwoonwagen gerealiseerd. In het onderstaande kaartje is de huidige situatie van alle Overijsselse gemeenten geschetst:

“We zien geen grote ontwikkeling”, zegt Roosje van Leer. Zij werkt bij adviesbureau Companen en maakte in opdracht van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een handreiking die gemeenten kan helpen bij dit vraagstuk. “Op veel plekken is er nog niets bijgekomen. Veel gemeenten zijn ermee bezig en het wordt wel opgepakt, maar het kost tijd. En er is een achterstand weg te werken, omdat er heel lang niets is toegevoegd.”

Woonwagen in de achtertuin

Dat er lange tijd niets is gebeurd weet ook woonwagenbewoner Hannes Schmidt (30) uit Kampen. Hij woont al tien jaar in de tuin van z'n ouders. Daar heeft hij een eigen woonwagen gebouwd omdat er maar geen nieuwe standplaatsen bijkomen. Inmiddels heeft Schmidt twee kinderen. Het is volgens hem geen ideale situatie, maar in een huis wonen is ook geen optie. "Het is een stukje cultuur dat ons wordt afgenomen, en zo zit je noodgedwongen in een achtertuin."

Het is een stukje cultuur dat ons wordt afgenomen
Hannes Schmidt, woonwagenbewoner

Aan de Wielstraat in Kampen zijn er meer van dit soort voorbeelden. "M'n neefje staat op ongeveer dezelfde manier als ik", zegt Schmidt. "Maar ook jongens die noodgedwongen in een tuinhuisje gingen wonen of in een huis. En dat tegen hun principes en gevoelens in. Ik mag van geluk spreken dat ik deze ruimte nog heb en dat niet heb hoeven doen."

Volgens Jan Schuring, voorzitter van Huurdersvereniging Woonwagenbelangen Kampen, staan er in de gemeente Kampen zo'n zestig tot zeventig mensen op de wachtlijst voor een standplaats. "En dan is er nog een hele groep jongeren van 15, 16 of 17 jaar oud", zegt Schuring. Tegen de tijd dat er nieuwe standplaatsen zijn gerealiseerd, is die groep volgens hem ook op zoek naar een eigen plek.

Wij spraken Hannes Schmidt over z'n huidige woonsituatie:

Knelpunten

Waarom loopt dit woonwagenbeleid in veel gemeenten zo stroef? Volgens onderzoekster Van Leer zijn er wat knelpunten. Want het is in sommige gevallen onduidelijk wanneer gemeenten verantwoordelijkheid moeten nemen en waar woningcorporaties aan zet zijn. Ook is het een financiële kwestie. Ergens moet geld vandaan komen om nieuwe standplaatsen te creëren en gemeenten leken daar voor juli 2018 weinig rekening mee te houden.

Deventer zegt baat te hebben bij extra financiering. “Het realiseren van nieuwe woonwagenstandplaatsen met sociale huurwoonwagens vergt een investering die veel hoger uitvalt dan die van sociale huurwoningen. De exploitatie is negatief. Het Rijk komt de gemeenten of de corporaties niet tegemoet in deze exploitatietekorten.” Gemeente Olst-Wijhe geeft aan dat er geen middelen beschikbaar zijn om dit soort vraagstukken aan te pakken. “Zoals met zoveel zaken maken ze een beleidskader en verder moet je het maar uitzoeken.”

Deze reacties werden gegeven voor het bericht van minister Kajsa Ollongren (D66) van Binnenlandse Zaken. Zij wees er vorige maand op dat gemeenten voor standplaatsen en woonwagens een beroep kunnen doen op het budget van 50 miljoen euro dat zij voor de huisvesting van specifieke doelgroepen vrij heeft gemaakt.

Toekomstplannen

Of die toezegging van 50 miljoen euro er voor gaat zorgen dat er meer standplaatsen bijkomen, moet nog blijken. Voor 2021 zijn er in Overijssel in ieder geval weinig concrete plannen. Ook Schmidt denkt voorlopig niet te kunnen verhuizen naar een eigen plek. "Ik verwacht dat ik hier de komende tijd nog wel zit."

Zelf pleit de huurdersvereniging voor een nieuw woonwagenkamp in Kampen met minimaal 25 woonwagens. "Maar we moeten geduld hebben", zegt Schuring. "En door blijven vechten tot er staanplaatsen komen."

Verantwoording: Van de 25 ondervraagde Overijsselse gemeenten beantwoordden twintig onze vragen. Toch is er voor de vijf gemeenten die niet hebben gereageerd wel een huidig aantal woonwagenstandplaatsen vastgesteld. Deze cijfers komen uit het onderzoek van adviesbureau Companen. In dat onderzoek hebben de desbetreffende gemeenten wel een getal doorgegeven, of er werd gebruik gemaakt van data uit het Kadaster.

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via een WhatsApp-bericht: 06 - 57 03 33 33.
Meer over dit onderwerp:
IJSSELDELTA
Deel dit artikel: