Misbruikslachtoffers worden vaak niet geloofd, 'omdat het te erg is om waar te zijn'

Verhalen over seksueel misbruik roepen bij veel mensen een 'ik kan het niet geloven' reactie op. Mensen willen er niet aan denken dat zoiets gebeurt. Het ongeloof gaat dan voor de compassie, zegt de Hengelose psycholoog en cognitief gedragstherapeut Martine Spijker - van Vuren. "Het is te erg om waar te zijn, het is onbestaanbaar waar".

Het ligt aan de basis van victim blaming: het slachtoffer wordt niet geloofd, zijn of haar verhaal wordt gebagatelliseerd en de schuld wordt bij het slachtoffer gelegd. Het staat de verwerking van het eerste, eigenlijke trauma in de weg.

Met name voor kinderen die het slachtoffer zijn van misbruik is het helemaal lastig om te vertellen wat er aan nare dingen is gebeurd: "Het merendeel van de plegers zijn mensen die de kinderen kennen. Familie, een buurman, een oppas... om dan in de openbaarheid te treden is superlastig, vooral als het binnen een gezin gebeurt, dan houden kinderen wel hun mond."

Uit de anonimiteit

Het is volgens Spijker ook erg moeilijk om signalen op te pikken van misbruik, omdat kinderen meesters zijn in het verbloemen van signalen, vaak omdat ze zich bedreigd voelen.

Ook Jeanet Versteeg uit Tubbergen heeft die ervaring. Zij durfde pas op haar 16e te vertellen dat ze tussen haar vierde en zesde levensjaar meermalen was misbruikt door haar moeder. Spijker: "Dat deze dappere vrouw nu haar verhaal doet en uit de anonimiteit treedt, is van groot belang voor andere slachtoffers."

Als iets nauwelijks voorkomt, wil nog niet zeggen dat het niet gebeurt
Martine Spijker - van Vuren, traumadeskundige

Deze week werd bekend dat een vrouw van 52 uit Eindhoven zeven meisjes in de leeftijd van nul tot zes jaar misbruikte. Slechts vijf procent van de daders van een zedendelict is vrouw. Omdat het zo weinig in de statistieken voorkomt, wil nog niet zeggen dat het niet gebeurt, zegt Spijker.

De man in de bosjes

"We waarschuwen kinderen voor de man in de bosjes maar we kunnen ze veel beter zeggen dat het niet goed is als mensen je daar pijn doen, mama niet en ook papa niet." Kinderen die op heel jonge leeftijd worden misbruikt slaan die negatieve ervaringen op in hun lichaam, zo blijkt volgens Spijker uit onderzoek.

Opmerkingen over kleding die het slachtoffer aan had, worden vaak als meer traumatisch ervaren dan het eigenlijke trauma
Martine Spijker - van Vuren, traumadeskundige

In haar praktijk komt Spijker het regelmatig tegen dat slachtoffers van zedenmisdrijven in eerste instantie niet worden geloofd. Of dat ze opmerkingen krijgen bij aangifte over de kleding die ze droegen, terwijl dat totaal irrelevant is. Kennis delen, ook bij de politie, is van groot belang om de positie van het slachtoffer te verbeteren. "Waarom stel ik dit soort vragen bij misbruik en niet bij slachtoffers van overvallen?"

Dat soort vragen vinden ze vaak nog erger dan het eerste, eigenlijke trauma". Het omgekeerde werkt ook: als je omgeving op een warme manier reageert dan scheelt dat enorm in het verwerken van het misbruik."

De waarheid is te erg

Dat mensen in eerste instantie niet kunnen geloven dat er sprake is van seksueel misbruik, komt omdat ze het te erg vinden. Spijker vertelt over een moeder van een zesjarig meisje dat misbruikt was. De moeder negeerde de verhalen van haar dochtertje in eerste instantie. "Het was onbestaanbaar waar."

Spijker is blij met de komst van de Landelijke Centra tegen Seksueel Geweld waar mensen die slachtoffer zijn van seksueel geweld direct worden geholpen. Gemiddeld wachten slachtoffers negen maanden voordat ze er over praten. "Hoe eerder iemand naar een centrum voor seksueel geweld gaat, hoe beter, want dan zijn er nog sporen en kun je iemand vervolgen."

Praten over seksueel geweld? Bel met het gratis nummer 0800 0188. Chatten kan ook: https://centrumseksueelgeweld.nl/

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via een WhatsApp-bericht: 06 - 57 03 33 33.
Meer over dit onderwerp:
POLITIE TUBBERGEN HENGELO HIERNUMAALS
Deel dit artikel: