Arts Sophia Ziekenhuis verwekte waarschijnlijk meer kinderen dan gedacht: 'topje van de ijsberg'

Mogelijk wordt nooit helemaal duidelijk hoeveel kinderen verwekt zijn met het sperma van fertiliteitsarts Jan Wildschut van het voormalige Sophia Ziekenhuis, het huidige Isala. Dat zegt ziekenhuisbestuurder Ina Kuper in reactie op het afgeronde onderzoek naar het handelen van Wildschut. Vorig jaar kwam naar buiten dat de, inmiddels overleden, arts van 1980 tot 1994 zijn eigen sperma heeft gebruikt bij vruchtbaarheidsbehandelingen. Wildschut heeft zeker 47 kinderen 'verwekt' bij ouders die niet wisten dat de arts zijn eigen sperma gebruikte. Van twee kinderen is door Wildschut in plaats van het sperma van de vader gebruik gemaakt van andere zaaddonoren.

Nadat de eerste meldingen bij het ziekenhuis binnen kwamen van kinderen die verwantschap hadden aan elkaar en aan Wildschut, besloot Isala tot een extern onderzoek. De onderzoekscommissie heeft veel mensen gesproken; oud-medewerkers, ouders en kinderen en heeft tientallen dossiers doorgelicht.

Alles waarvan je denkt, nee dit kan niet waar zijn is dus wel gebeurd
Didi Braat, voorzitter van de onderzoekscommissie

Potjes omgeruild

Didi Braat, voorzitter van de onderzoekscommissie, geeft aan dat iedereen verbijsterd en geschokt is over wat er is gebeurd.

"Alles waarvan je denkt, nee dit kan niet waar zijn is dus wel gebeurd", aldus Braat. "Het is wel dertig tot veertig jaar geleden dat dit speelde, dat maakt het ook nog eens heel ingewikkeld. Wildschut kon heel solistisch werken, er was geen controle en er waren ook niet zulke strenge regels en protocollen zoals tegenwoordig. "

Over het 'Hoe dan..' kan de commissie enkel speculeren. "Vroeger werd er veel gewerkt met verse zaadcellen. We denken dat Jan Wildschut de potjes heeft omgeruild en zo zijn eigen sperma heeft gebruikt bij inseminaties en het zaad van de donor of de partner van de vrouw heeft weggegooid."

Geen dagboek of aantekeningen

Zeker weten hoeveel kinderen er zijn 'verwekt' met sperma van Wildschut wordt waarschijnlijk nooit helemaal duidelijk. De arts heeft geen dagboek of aantekeningen bijgehouden. Hij had zelf de controle over de administratie van de fertiliteitskliniek.

Ziekenhuisbestuurder Ina Kuper denkt ook dat nooit exact duidelijk wordt hoeveel mensen de dupe zijn geworden van Wildschut. "We roepen dan ook iedereen op die vragen of twijfels heeft zich te melden. We gaan als ziekenhuis er alles aan doen om iedereen zo goed mogelijk te helpen. Er zijn 14.000 dossiers opnieuw gearchiveerd zodat, als er vragen komen, wij zo snel mogelijk de informatie kunnen opzoeken."

Verbeteringen

De commissie geeft verschillende aanbevelingen aan het huidige Isala, zoals het aanscherpen van de laboratoriumprocedure en het aanstellen van één aanspreekpunt voor mogelijk toekomstige vragen en meldingen over Jan Wildschut. De nazorg naar aanleiding van gedane meldingen door families moet ook beter.

De commissie wil dat ouders of kinderen die zich in het verleden hebben gemeld met vragen over de gynaecoloog en toen te horen kregen dat zij naar alle verwachting niet tot 'het dossier Wildschut' zouden behoren, opnieuw benaderd worden door Isala.

Inzage in dossiers

Ook moet inzage in dossiers worden toegestaan zodat kinderen kunnen nalezen dat hun ouders echt niets wisten van een vruchtbaarheidsbehandeling met donorzaad, dat, zover zij wisten, het sperma van de partner was gebruikt. Dit omdat er van twee ouderparen bekend is geworden dat was afgesproken dat het zaad van de partner gebruikt zou worden maar dit dus achteraf niet zo blijkt te zijn.

Mensen hebben ook het recht op 'niet weten' en dat moet zwaarder wegen dan een actieve benadering door het ziekenhuis zelf
Didi Braat, voorzitter van de onderzoekscommissie

De onderzoekscommissie vindt ook dat landelijk het recht van kinderen op informatie over hun afstamming steviger verankerd moet worden in de Nederlandse wetgeving.

'Recht van niet weten'

Isala wilde graag weten of zij alle ouders die onder behandeling van Jan Wildschut stonden in de periode 1980 tot en met 1994 zelf actief moet benaderen om te kijken of er misschien meer kinderen verwant zijn aan de oud-gynaecoloog. Maar dat is volgens Didi Braat van de onderzoekscommissie niet verstandig. "Wij vinden dat niet raadzaam, mensen hebben ook het recht op 'niet weten' en dat moet zwaarder wegen dan een actieve benadering door het ziekenhuis zelf. Wel moet er een nieuwe oproep komen in de regionale media zodat, als er mensen twijfelen of vragen hebben, zij geholpen worden."

Omdat Wildschut twee ouderparen heeft behandeld met donorzaad in plaats van het sperma van de partner zijn er vragen bij die ouders over wat Wildschut met 'hun' sperma heeft gedaan. Zijn daar misschien andere vrouwen mee geholpen, zodat iemand nietsvermoedend de biologische vader is van een kind waarvan hij het bestaan niet weet. Ook die mensen moeten geholpen worden bij hun zoektocht en ingeschreven kunnen worden als zij dat wensen bij de dna-databank.

Excuses

Een openbaar excuus van Isala is volgens de onderzoekscommissie op zijn plaats en dat doet ziekenhuisbestuurder Kuper dan ook. "Het onderzoek laat heel duidelijk zien hoeveel leed mensen is aangedaan door de handelswijze van Jan Wildschut en dat de omvang nog groter is dan je ooit had kunnen bedenken. Wij bieden onze excuses aan als Isala. We kunnen het niet terugdraaien maar zullen er alles aan doen om de schade en het leed voor de mensen zoveel mogelijk te beperken waar dat mogelijk is."

Bij het ziekenhuis zijn geen schadeclaims binnengekomen van ouders of kinderen. Juridische gevolgen heeft de zaak Wildschut dan ook niet. "Maar het heeft wel degelijk grote impact, ook op oud-medewerkers en uiteraard op de families die het betreft. Dat beseffen wij ons en wij gaan dan ook graag het gesprek aan met hen die dat willen."

Wij bieden onze excuses aan als Isala. We zullen er alles aan doen om het leed en de schade voor de mensen zoveel mogelijk te beperken
Ziekenhuisbestuurder Ina Kuper

Fiom

De rol van Fiom staat ook in het rapport. Fiom is de stichting die een databank beheert met DNA waarbij mensen met vragen over afstamming terecht kunnen. Volgens de onderzoekscommissie zijn de kinderen niet te spreken over de rol van Fiom. Sommige kinderen stonden al jarenlang inschreven met hun dna-profiel bij Fiom, maar er kwam geen onderlinge match uit de databank. Er zou meer aandacht moeten komen voor verwantschap tussen halfbroers en halfzussen.

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via een WhatsApp-bericht: 06 - 57 03 33 33.
Meer over dit onderwerp:
ISALA JAN WILDSCHUT ZWOLLE
Deel dit artikel: