Nieuws

Zelfslachtende slager wordt zeldzaam: "In Diepenheim halen we de dieren allemaal uit de buurt"

Gerard Vermeij kwam als achtjarig jongetje in de slachterij in Diepenheim
Gerard Vermeij kwam als achtjarig jongetje in de slachterij in Diepenheim © RTV Oost / Teun van der Velden
Het ambacht van zelfslachtende slager is opgenomen in het Netwerk van Immaterieel Erfgoed. In heel Nederland zijn nog geen honderd zelfslachtende slagers; in Overijssel zijn er nog negen. Hoewel het ambacht steeds zeldzamer wordt in Nederland, is een slachtende slager in Diepenheim één van de uitzonderingen.
"We halen de dieren allemaal in Twente op. Het is hooguit een uur rijden voor ze bij ons zijn. Dat scheelt een hoop stress voor de dieren", legt slager Rein Hofman van slagerij Kastelein in Diepenheim uit. Hij is blij met de erkenning, nu het zelfslachten is uitgeroepen tot immaterieel erfgoed. "Er zijn er nog maar een paar, het is een uitstervend ras. Dus is het goed dat er wat extra aandacht voor komt."

'Heel erg belangrijk'

Hofman kan vol beleving over zijn vak praten. "Ik ken de boeren waar we de dieren van betrekken allemaal. Dat scheelt echt en dat vind ik ook heel erg belangrijk. Als ik weet dat een boer goed is voor zijn dieren, dan vind ik dat fijn. En we zorgen er ook altijd voor dat de koeien een dag van tevoren hier zijn. Dat scheelt een hoop stress, kunnen ze hier nog even tot rust komen."
De zelfslachtende slager wordt zeldzaam
Nadat de dieren gedood zijn, worden ze ambachtelijk verwerkt. "Alles wordt gebruikt. Een koe weegt zo'n vierhonderd kilo en daarvan gebruiken we 65 tot 70 procent. Allemaal vlees, dat een bepaalde bestemming heeft; niets wordt niet gebruikt. We hebben ook een eigen worstmakerij", vertelt Hofman. In Diepenheim worden elke week vier runderen en zeventien varkens geslacht.
Wij hebben passie voor dit werk
slachter Gerard Vermeij
Slagerij Kastelein heeft al meer dan zestig jaar een eigen slachterij. "Het is ook mooi werk om te doen, met veel voldoening", zegt Hofman. "We zijn heel erg van het kijken naar het dierenwelzijn. En hoewel er ook heel wat kosten en papierwerk bij komt kijken, is het toch mooi dat de mensen vertrouwen in je hebben en het ambachtelijke vlees willen kopen."

Passie

Een van de vaste krachten in de slachterij is Gerard Vermeij. Als achtjarig jongetje liep hij al in de slachterij rond, om mee te kijken met zijn vader. "De passie voor mijn werk heb ik zeker van hem. En ik breng het ook over, want mijn zoon wil dit werk later ook doen."
Slachterij Kastelein in Diepenheim
Slachterij Kastelein in Diepenheim © RTV Oost / Teun van der Velden
Als het ambacht nog bestaat, tegen die tijd. "Ja, dat is de vraag. Maar ik geloof er in dat het blijft bestaan. En dat is ook belangrijk. Als je alleen al kijkt naar de kwaliteit van dit vlees, het verschil met de kwaliteit van vlees uit een grootschalige slachterij. Dat is echt groot."
Het grootste verschil zit in de houdbaarheid, stelt Vermeij. "Dit vlees hier kan je gerust een week laten liggen. Dan kan je het nog goed eten. Het vlees uit de grote slachterij moet je binnen twee dagen wel opeten. Dat komt onder andere door de stress die de dieren daar ervaren en hier niet."
Zijn hoop? "Dat er toch weer meer zelfslachtende slagers komen. Wij blijven het in ieder geval doen."

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via WhatsApp of via de mail.