Nieuws

Den Haag laat toerisme in oosten links liggen, terwijl hulp bij herstel hard nodig is

Toeristen in Giethoorn
Toeristen in Giethoorn © RTV Oost
De vrijetijdseconomie is minstens zo groot als de landbouwindustrie, maar krijgt veel te weinig aandacht vanuit politiek Den Haag. Dat moet echt anders, want er spelen grote problemen in de sector. Dat vindt Evelyn Borgsteijn, directeur-bestuurder bij MarketingOost.
Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de toeristische sector in 2019 goed was voor een omzet van 91,2 miljard euro en de sector 813.000 banen bood. Borgsteijn: “Deze cijfers zijn van voor corona, maar ze geven wel aan hoe groot de sector is. Je zou daarom zeggen dat de vrijetijdseconomie er goed op staat in Den Haag, maar dat is dus helaas niet het geval.”
Githa van Vilsteren van landgoed De Wilmersberg in De Lutte
Githa van Vilsteren van landgoed De Wilmersberg in De Lutte © RTV Oost
De sector heeft in coronaperiode een forse klap gehad, legt Borgsteijn uit. "De coronabeperkende maatregelen zoals het tijdslot, de lockdowns en de anderhalve meter hebben er flink ingehakt. Niet alleen bij horecagelegenheden en zakenhotels maar ook bij congreszalen, attractieparken en groepsaccommodaties.”

Visie vanuit Den Haag

Dat beaamt ook Githa van Vilsteren van landgoed De Wilmersberg in De Lutte. Ze merkt dat het in de hotelbranche nog niet zo draait als voor de coronaperiode. "Het blijft toch anders. We zien met name dat de zakelijke markt heel langzaam op gang komt. Gelukkig weet de particuliere gast ons weer goed te vinden, al is het wel met name de Nederlandse particuliere gast."
Ook zij zou graag meer horen van 'Den Haag'. "We missen betrokkenheid en daarmee ook een vorm van zorgzaamheid voor onze sector. Ook ontbreekt het aan een duidelijke visie. Waar gaan we naartoe de komende jaren?"

Niet of te laat aan tafel

"Daarom is het extra van belang dat de sector juist nu meer aandacht krijgt“, zegt Borgsteijn. "Maar wij zitten niet aan tafel, of pas als de plannen al zijn bedacht. Het is in onze ogen een gemiste kans dat het Rijk geen gebruik maakt van onze maatschappelijke antennes.”
Ze vindt dat de sector daar ook zelf debet aan is. “Toen ik in 2019 in de vrijetijdseconomie ging werken, viel het me meteen op dat de sector erg versplinterd was in de lobby naar het Rijk. Er werd niet met één mond gesproken. Dan komt er geen krachtige boodschap aan in Den Haag.”

Plan

Vijftien grote organisaties die zich door het hele land bezighouden met marketing en toerisme vonden het daarom vorig jaar de hoogste tijd om zich te verenigen in hun lobby. Ze sloegen de handen ineen en overhandigden een herstel- en vernieuwingsplan aan de Tweede Kamer. In dit voorstel roepen de organisaties de overheid op een zogeheten Toerisme-transformatiefonds van 1 miljard euro in het leven te roepen.
"Den Haag moet meer doen voor de toeristische sector", vindt beheerder hotel De Wilmersberg
Eén van de punten uit het plan is het tegengaan van massatoerisme op slechts enkele plekken. Dus in Overijssel niet meer allemaal naar Ootmarsum en Giethoorn, maar verspreid over de provincie. Een ander punt is dat de overheid de portemonnee trekt voor het herstel van toeristische bedrijven.

Ministerie voor vrijetijdseconomie

Ook willen de vijftien organisaties dat de sector een eigen ministerie krijgt. Daar pleitte de branche in het voorjaar van 2021 al voor in een brief aan toenmalig informateur Herman Tjeenk Willink. “De bijdrage van de vrijetijdseconomie aan de Nederlandse economie is minstens even groot als de bijdrage die bijvoorbeeld de landbouw levert. "
"Een ministerie van Landbouw is er wel, maar toerisme valt met nog heel veel andere onderwerpen onder de verantwoordelijkheid van Micky Adriaansens van Economische Zaken. Er zijn ongeveer drie ambtenaren mee bezig op het ministerie. In veel landen om ons heen werkt een bewindspersoon met bijbehorend ambtenarenapparaat fulltime aan de vrijetijdseconomie. Dat zouden wij ook graag zien.”

Eén zin in coalitieakkoord

Bij de provincie Overijssel heeft gedeputeerde Roy de Witte toerisme in zijn portefeuille. Daarover is Borgsteijn wel te spreken. "Vanuit de provincie is best goede aandacht, al kan het altijd beter."
In december vorig jaar werd het eerste resultaat geboekt: voor het eerst in de geschiedenis is een zin over toerisme opgenomen in het coalitieakkoord. “Dat lijkt misschien weinig, maar het is een behoorlijke overwinning voor de sector. We moeten in kleine stapjes richting een groots resultaat”, aldus Borgsteijn.

Tevreden?

Sinds afgelopen mei staat toerisme als onderwerp op de politieke agenda. In juni heeft de Tweede Kamer een aantal moties aangenomen, waarin het de regering verzoekt het personeelstekort terug te dringen en Nederland op de kaart te zetten bij zowel Nederlandse als buitenlandse toeristen.
Borgsteijn is daar blij mee, maar is ook gereserveerd. “Vanaf oktober vorig jaar werd het steeds opgeschort, maar nu wordt en dan eindelijk over gesproken. Dat is een mooie eerste stap, de Kamer erkent hiermee het belang van de sector en het feit dat er iets moet gebeuren. Nu is het afwachten wat de minister ermee gaat doen en wanneer ze dat gaat doen. Het is nog te vroeg om te zeggen of we er tevreden mee kunnen zijn.
Borgsteijn spreekt liever over vrijetijdseconomie dan over toerisme. “Toerisme gaat alleen over mensen die van buitenaf hiernaartoe komen. De term vrijetijdseconomie maakt duidelijk dat het ook mensen raakt die hier wonen. De sector is als lijm tussen verschillende gebieden in de maatschappij. Wij zijn een sector waar veel geld wordt verdiend. Ook kan de vrijetijdseconomie vanwege de omvang een goede bijdrage leveren aan het oplossen van problemen met energie, klimaat en werkgelegenheid.”

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via WhatsApp of via de mail.