Mensch! Jan Cremers logica

Ik had er weinig fiducie in. In een ontmoeting met Jan Cremer. Zijn reputatie snelt hem natuurlijk vooruit. En walst het wuivende gras, bij voorbaat, plat. Al decennialang. Ik had me voorbereid, las wat oude interviews. Ook die de fameuze interviewster Bibeb met zijn moeder hield. Tot op zekere hoogte had ik daarom een indruk van de man.

Maar ik kon niet loskomen van het beeld dat zijn zoon, die in Bomberjack een schrijnende jeugd zonder vader beschreef, van hem schetste. Dat beeld zat jarenlang in mijn hoofd. En ik herlas de boeken van Jan en Clifford nooit. Nu bedacht ik me, aan de vooravond van de ontmoeting met Jan, moest ik dat beeld los laten. Ik wilde hem zo open mogelijk tegemoet treden. Hij een eerlijke kans, ik een eerlijke kans. Gewoon, van mens tot mens. Deze column heet niet voor niets zo en eigenlijk is dat officieus mijn lijfspreuk. Het is mijn kracht tijdens mijn werk, in mijn dagelijks leven: ik wil niet anders dan dat.

Maar juist een ontmoeting met een man als Jan Cremer, stelt dat toch ietwat op de proef. Zonder dat ik het hoefde uit te leggen kreeg ik van thuis nog even dat gratis advies mee. ‘Gewoon zoals je altijd bent, dan voel je de situatie het snelst aan.’ ‘Ik weet het, bedankt.’En nee, voor de ontspanning is het dan niet handig dat je je in de tijd vergist, en directeur en fenomeen zowat een half uur laat wachten. Omdat niet jij iets eerder aankomt zoals je plande, maar hij.

De afspraak met Jan Cremer is in Museum de Fundatie. Directeur Ralph Keuning zocht twee jaar stad en land af om collectioneurs te bewegen hun eigendommen tijdelijk af te staan. Keuning is een begenadigd spreker. En steeds weer merk ik dat als ik de uitermate succesvolle directeur vraag naar het succes, hij dat min of meer bagatelliseert. ‘Ja natuurlijk belangrijk, maar de collectie..! de tentoonstelling! … de verzameling!’ En hij heeft gelijk. Ook nu zegt hij letterlijk: ‘… Jan Cremer is een van de belangrijkste naoorlogse schilders die kwaliteit heeft, maar de reputatie niet. Hij schilderde 60 jaar, met pieken en dalen. Want er zijn momenten waarop hij schrijft, reist, fotografeert.. en niet schildert. De uitdaging was de tentoonstelling zo in elkaar te schuiven dat het verhaal van de schilder volledig vertelt wordt. En dat we eigenlijk misschien wel een beetje de schilder Jan Cremer los weken van het fenomeen Jan Cremer.’ Ik snap onmiddellijk wat Ralph bedoelt.

Het gesprek met Cremer zélf wordt steeds leuker. Het is Cruijffiaans. Niet omdat hij dat wil, gewoon, omdat hij zo is. ‘Waarom vroeg u een miljoen voor La Guerre Japonaise als jonge schilder?’ ‘Ik wilde het schilderij niet kwijt, ik dacht dat betalen ze nooit.’ Geen hoogmoed dus. Recalcitrante logica. Hij antwoordt eerst vaak volop ‘nee’ om tijdens het antwoord toch tot een soort bevestiging komen.

‘Waar voelt u zich th…’ ‘Overal!’ Cremer antwoord in mijn vraag. ‘Ik vraag het omdat u zoveel plaatsen noemt waar u was, werkte, ervoer. Dat blijkt ook uit uw foto-expositie Kasteel het Nijenhuis! U zag de Noordpool, New York, Mongolië, de USSR. U noemt Zwolle, Amsterdam, Parijs, Enschede… Waar liggen uw wortels?’ ‘Kijk,’ zegt hij, zijn wijsvinger priemt in mijn richting. Hij spreidt dan zijn armen en zegt ‘ik ben een meter zesentachtig, dit is mijn wereld’ hij draait een rondje en zegt onderwijl ‘dààr voel ik me thuis. In deze kubus, dit is mijn wereld.’ Hij kijkt me aan, lift zijn wenkbrauwen en knikt me een keer toe. Ja, ik snap het. ‘En als iedereen nou z’n eigen wereldje zou maken dan was er een veel aardiger leven.’ zegt Cremer.

Ik dank hem hartelijk en ga verrijkt naar huis.

Inga Tjapkes

Zondag 19 juli is bij TV Oost in OverUIT de Kunst een uitgebreide reportage over de expositie van Cremer te zien, met tekst en uitleg van Jan Cremer zélf.

Meer over dit onderwerp:
cremer fundatie OverUIT de Kunst Weblogs
Deel dit artikel: