Nieuws

Failliete matrassenhandelaar spoot brandblusser leeg op curator, maar was het met opzet?

Het incident met de brandblusser werd gefilmd door de beveiligingscamera van een aangrenzend bedrijf.
Het incident met de brandblusser werd gefilmd door de beveiligingscamera van een aangrenzend bedrijf. © RTV Oost
De beschuldiging liegt er niet om. Nadat zijn bedrijf failliet was gegaan zou de Oldenzaalse matrassenhandelaar Jan G. niet alleen met een bedrijfsbusje zijn ingereden op de curator, maar zou hij bovendien een brandblusser op het slachtoffer hebben leeg gespoten. Wat justitie betreft maakte de ondernemer zich schuldig aan mishandeling en bedreiging. Volgens Jan G. was er geen opzet in het spel, maar ging het om een ongeluk.
Het Openbaar Ministerie tilt zwaar aan geweld tegen bepaalde beroepsgroepen. Vertegenwoordigers van justitie, deurwaarders, curatoren, daar blijf je met je vingers vanaf, zo luidt de duidelijke boodschap. Zeker na de aanslag op de Enschedese curator Philippe Schol enkele jaren geleden en de liquidatie van advocaat Derk Wiersum wil justitie vaak een heel duidelijk signaal afgeven.

'Spookfabriek'

De Oldenzaalse ondernemer Jan G. moet zich deze vrijdagmiddag voor de politierechter in Almelo verantwoorden. Nadat zijn bedrijf JG Slaapconcepten deze zomer op de fles was gegaan, leerde onderzoek door curator Nick Leferink al snel dat de onderneming weliswaar failliet was verklaard, maar dat de fabriek intussen nog steeds op volle toeren draaide. Alleen was het bedrijf intussen overgeschreven op naam van G.'s zoon.
Het ging mis toen de curator voor zijn onderzoek op 12 september een bezoek bracht aan het bedrijf in Oldenzaal. De sloten waren inmiddels vervangen waardoor G. het pand niet meer in kon. Maar binnen lagen nog papieren die ondertekend moesten worden om twee andere BV's die op naam stonden van G. failliet te verklaren. Ook wilde de ondernemer een houten vogeltje ophalen dat ooit door zijn overleden vader was gemaakt.

Verschillende lezingen

Vanaf dat moment lopen de lezingen uiteen. Volgens de curator reed Jan G. met een bedrijfsbusje op hem in, om pas op enkele meters afstand de rem in te trappen. Bovendien zou hij ook nog eens een brandblusser op hem hebben leeggespoten. Volgens de failliete ondernemer liep het allemaal anders.
In de rechtszaal zit een gebroken man. Volgens G. kunnen zijn acties dreigend over zijn gekomen, maar was dat absoluut niet z'n bedoeling. Hij wilde met de brandblusser het raam inslaan om toch naar binnen te gaan, maar liep uiteindelijk terug met de blusser nog in z'n hand.

'Werd me allemaal te veel'

Die septemberdag was de voormalig matrassenhandelaar geëmotioneerd. Hij had al een zware periode achter de rug. In juli zakte er een 16-jarige vakantiekracht door het dak van de bedrijfshal en raakte daarbij zwaargewond. G. zag het allemaal gebeuren en de beelden staan volgens hem nog altijd op z'n netvlies. Z'n moeder is onlangs gediagnosticeerd met longkanker en enkele weken voor het brandblusserincident kreeg G. een TIA. Bij die opsomming, kan G. z'n emoties niet onder controle houden in de rechtbank.
"Het werd me allemaal te veel", zegt 'ie snikkend. De veiligheidspin zat volgens hem niet goed vast en op het moment dat hij de brandblusser uit pure wanhoop op de grond gooit, gaat 'ie af. Vol in het gezicht van de curator. G. reed na z'n actie direct naar het politiebureau en de curator deed uiteindelijk aangifte.

Gefilmd

Het incident is gefilmd door de beveiligingscamera van een aangrenzend bedrijf. Te zien is hoe twee grote witte wolken kort na elkaar van het terrein opstijgen, waarna de curator hevig geschrokken weg rent. G. en z'n advocaat laten tijdens de zitting een 'nieuwe' video zien die vanuit een ander perspectief is gefilmd. Volgens de ondernemer bewijst die video dat hij de brandblusser op de grond gooit, al is dat door de ontstane schuimwolken niet duidelijk te zien.
Dan krijgt de officier van justitie het woord. Volgens hem kan bedreiging uiteindelijk niet bewezen worden. Er is niet goed vast te stellen op hoeveel meter afstand van de curator het bedrijfsbusje uiteindelijk tot stilstand kwam. Maar, zo vindt de officier, er is wél sprake van mishandeling. Al noemt hij deze vorm wel 'exotisch'.
"Het is niet alleen een onaangename en onprettige mishandeling, maar ook een hele enge. Want je hebt geen idee wat voor chemische stoffen er uit die brandblusser komen." Hij eist een werkstraf van veertig uur.

Uitspraak

De rechter doet direct uitspraak en gaat mee in de eis van de officier. Er is te weinig bewijs voor bedreiging, maar genoeg voor mishandeling. "Misschien was u het niet van plan, maar het is wel gebeurd. En dat is een heel ernstig feit."
Daarnaast wil de rechter een signaal afgeven aan de samenleving. "Een curator doet daar z'n werk en weet dat het niet leuk is om op het terrein te komen van iemand wiens bedrijf net is failliet is gegaan. Dat moet hij kunnen doen zonder bang te zijn voor mishandeling en daar heeft u zich niet aan gehouden." G. kan nog in hoger beroep gaan.

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via WhatsApp of via de mail.