Nieuws

Hoe een bankroof in Kampen een eeuw terug faliekant misging: "Staat bol van de knulligheden"

Kleindochter Moos bundelde het vergeten dagboek van haar opa rechercheur Veenstra.
Kleindochter Moos bundelde het vergeten dagboek van haar opa rechercheur Veenstra. © Eigen foto
Het is misschien wel een van de knulligste bankroven in de geschiedenis van de Nederlandse misdaad: die op het filiaal van de Nederlandse Bank in Kampen. Het misdrijf - exact een eeuw geleden gepleegd - heeft een speciale vermelding gekregen in de memoires van Marten Veenstra, illuster rechercheur uit een tijdperk dat Baantjer nog geeneens het levenslicht had gezien.
De Cock mag dan ten tijde van het dienstverband van rechercheur Veenstra nog niet zijn 'geboren', de vergelijking met bestseller-auteur Appie Baantjer en zijn beroemde geesteskind dringt zich onmiskenbaar op.
Want waar politieman Baantjer zich voor zijn boekenreeks liet inspireren door zijn carrière als rechercheur bij de Amsterdamse hermandad, deed ook Marten Veenstra dat.

Penoze

Veenstra (1893-1964), Fries van geboorte, wordt in 1915 rechercheur in Amsterdam en ontpopt zich al snel tot een gevreesd opponent van de lokale penoze. Slaat zware jongens als Witte Nelis, Tinus de Goddeloze en Rooie Henk in de boeien. Zijn avonturen houdt hij keurig typend bij in een dagboek.
Dit dagboek raakt wat in de vergetelheid, maar als Veenstra's schoondochter overlijdt is het kleindochter Moos (59) die de memoires van haar opa vindt. Ze legt ze voor aan wijlen Peter R. de Vries, die razend enthousiast reageert en zegt dat ze dit beslist als boek moet uitgeven.
Dat doet Moos in 2020 in eigen beheer - met een voorwoord van de legendarische misdaadverslaggever - waarna onlangs een vernieuwde versie van het boek werd uitgebracht. Met als titel 'Sta niet op een dooie'. Met daarin een prominente vermelding voor de kolderieke roof van de Nederlandse Bank in Kampen; in de nacht van 25 op 26 november 1923 om precies te zijn.
Een inbraak gepleegd door enkele beruchte en professionele criminelen, maar tegelijk op een dusdanig knullige en amateuristische wijze uitgevoerd dat het wel fout voor ze moest aflopen.

Brandkast geplunderd

Onbekenden zien die bewuste nacht kans het bankgebouw aan de Oudestraat binnen te dringen en de kluis te plunderen. De buit: 80.000 gulden, een regelrecht godsvermogen voor die tijd. De lokale politie staat voor een raadsel.
Maar omdat er aanwijzingen zijn dat de Amsterdamse onderwereld erbij is betrokken, kloppen de Kamper dienders aan bij hun collega's in de hoofdstad. Als de Kamper inspecteur een foto laat zien van de leeggeroofde brandkast, gaan bij de Amsterdamse rechercheurs meteen alle alarmbellen rinkelen.

Blik sardientjes

De kluis is aan de achterkant opengemaakt met een zogenoemd scheurijzer. Een methode die ook wel bekend staat als 'à la sardine'. Waarbij met een stang de achterkant van een kluis wordt opengescheurd. Volgens hetzelfde principe waarmee je met een ijzeren staafje een blikje sardientjes open rolt. Een werkwijze met de signatuur van 'Boere Ben' en zijn kornuiten.
Deze 'Boere Ben' is een hele goede bekende van de Amsterdamse hermandad. Een sluwe Groninger, die regelmatig met politie en justitie in aanraking komt, maar tegelijk ook zeer bedreven is om uit hun handen te blijven. 'Boere Ben' - of 'BB' zoals hij kortweg onder dienders bekend staat - is de laatste tijd meermaals gesignaleerd in een grote grijze Chevrolet. In het bijzijn van twee andere criminelen en een voor de politie onbekende man, die opvalt omdat hij zo keurig gekleed is.

Van aardbodem verdwenen

Maar net op het moment dat de politie ze aan de tand wil voelen, zijn ze van de aardbodem verdwenen. Rechercheur Veenstra beschrijft in zijn memoires op kleurrijke wijze hoe het lukt ze op te sporen. Onder meer door te posten bij het huis van de 'bijzit', zoals de minnares van 'BB' wordt genoemd.
Niet de vraag of de daders tegen de lamp zouden lopen, maar wanneer
Boekcoach Marlies van der Meer
Deze vrouw wordt geschaduwd en zij leidt de agenten rechtstreeks naar 'BB'. Over de keurig geklede gentleman komt de tip binnen dat het gaat om een beruchte Duitse crimineel. 'Duitse Max' luidt zijn bijnaam. Rechercheur Veenstra gaat posten bij het vermoedelijke onderduikadres van 'Duitse Max'. En stelt zich op in een portiekje, samen met de echtgenote van een collega-rechercheur. Zodra er mensen voorbij lopen, doen ze zich voor als een verliefd stelletje. En ook als deze collega-rechercheur quasi toevallig voorbij loopt, gaan ze helemaal op in hun liefkozingen. Wat jaloerse blikken oplevert.

Forensisch bewijs

Bij huiszoeking in de woningen van 'BB' en zijn handlangers 'Stats en 'Duitse Max' wordt een collectie inbrekersgereedschap ontdekt. En belangrijker: ook een scheurijzer met daarop groene verfresten.
De forensische wetenschap staat die dagen nog in de kinderschoenen, maar onderzoek toont aan dat de groene verf afkomstig is van de opgereten Kamper brandkast.
'Boere Ben' en 'Duitse Max', die bij hun aanhouding forse bedragen aan contanten op zak hebben, worden overgedragen aan de officier van justitie in Zwolle. Maar ze ontkennen ook maar iets met de Kamper kraak te maken te hebben. En ondanks het forensisch bewijs van de verfsporen worden ze tot ontsteltenis van de betrokken politiemensen in zowel Kampen als Amsterdam vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

Mond voorbij gepraat

De politie laat het er echter niet bij zitten. Zeker niet nadat een kippenboer uit Kampen, die handlanger was tijdens de roof, in een lokale kroeg zijn mond voorbij praat. De politie stelt nieuw onderzoek in en oude feiten uit het bestaande politiedossier worden aangevuld met nieuwe bewijzen. Er worden drie nieuwe misdadigers gearresteerd en veroordeeld. In hoger beroep worden 'Duitse Max; en een handlanger uit Kampen alsnog veroordeeld.
In zijn memoires weidt rechercheur Veenstra niet verder uit over de details rond de bankroof, maar Marlies van der Meer die als boekcoach meewerkte aan 'Sta niet op een dooie' dook nog eens in de zaak en ontdekte een aantal opmerkelijke details: "Het misdrijf staat echt bol van de knulligheden", vertelt Marlies van der Meer.

Geelbruine Ford

Dat begint al met de auto waarin de bankkrakers rondrijden: "In die tijd waren de auto's doorgaans zwart, maar zij reden rond in een in het oog springende geelbruin gelakte Ford. Daarmee hebben ze ook nog eens meermaals de omgeving van Kampen verkend, waardoor ze wel gezien móesten worden. Na de bankroof wisten dan ook meerdere ooggetuigen te vertellen dat ze de geelbruine auto hadden gezien. Bovendien wist een garagehouder uit Nijkerk te vertellen dat de vluchtauto op de weg terug naar Amsterdam pech had gekregen. Hij had een band moeten verwisselen omdat 'Duitse Max' een lekke band had gereden en daar te lang mee was doorgereden."

Gevelbeuker

En het kan nog veel gekker. "De roof zou eigenlijk al eerder moeten plaatshebben. Maar omdat 'Duitse Max' niet kon autorijden had hij een maand eerder de gevel van een woning in de Kamper binnenstad geramd. Uitgerekend de naaste buurman was hoofdagent Mink van de Kamper politie. Die kwam naar buiten en noteerde het kenteken en de gegevens van de bestuurder. Na die botsing werd besloten de bankroof nog even uit te stellen. Maar toen dus die ooggetuigen later vertelden over die geelbruine Ford had die hoofdagent ook al de personalia van de bestuurder paraat."
En dan is er de Kamper lompenboer, die als handlanger fungeerde. "Die had de avond ervoor poolshoogte genomen in het bankgebouw. Hij meldde zich na sluitingstijd met de smoes dat hij nog graag even een bankbiljet wilde wisselen. Het was het bankpersoneel opgevallen dat die man nogal observerend om zich heen keek. En dat na sluitingstijd, waardoor je als klant nog eens extra in de gaten loopt. Omdat de man bovendien al eerder meermaals had vastgezeten, had de politie hem ook al meteen in het vizier."

De kromme kippenboer

Maar een belangrijkere rol nog in het fiasco speelde de kippenboer, 'De Kromme' was zijn bijnaam. "Die kletste in de kroeg z'n mond voorbij, onder meer dat de daders van de bankroof bij een lompenkoopman in Kampen hadden gelogeerd. Waarop dus nieuw politieonderzoek volgde en een aantal belangrijke nieuwe feiten aan het licht kwam."
Uiteindelijk worden in deze zaak vijf personen veroordeeld: onder wie de Kamper lompenkoopman. 'Boere Ben' wordt vrijgesproken van betrokkenheid bij de bankroof, maar verdwijnt wel achter de tralies voor een reeks andere diefstallen.
Nadat deze 'Boere Ben' eerst nog verder gaat met zijn criminele carrière besluit hij zijn leven te beteren. Hij gooit het roer drastisch om en wordt ijsverkoper. Met hulp van de reclassering krijgt hij een vaste standplaats in Amsterdam.

IJsverkoper

Maar als de ijsverkoop amper droog brood oplevert, begeeft 'Boere Ben' zich andermaal op glad ijs. Binnen de kortste keren zijn het vooral zware jongens die een ijsje bij hem komen halen. En zien agenten hoe deze klanten quasi nonchalant gestolen goederen aan 'BB' verkopen. En ook kinderen komen niet in de eerste plaats voor een ijsje, maar doen dat vooral om gestolen spulletjes aan 'Boere Ben' te slijten.
Die maakt later nog een nieuwe carrièreswitch en gaat deze keer aan de slag als pooier. 'Boere Ben' wordt 'Soete Ben', de souteneur. Eenmaal nog komen hij en rechercheur Veenstra elkaar tegen. Die beschrijft in zijn memoires hoe hij Ben op heterdaad betrapt bij de diefstal van een geldkistje. Al ratelend in het Grunnings stelt Ben voor om de poet samen te verdelen. "De brutale rakker"...

Lachwekkend

Het was Marlies van der Meer die voor het boek 'Sta niet op een dooie' nog eens in de achtergronden van de bankroof dook en op de diverse knulligheden stuitte: "Eigenlijk heel opmerkelijk. De roof werd beraamd en gepleegd door enkele doorgewinterde criminelen. Echt zware jongens, professionals die het klappen van de zweep kenden. Maar vervolgens was de uitvoering dusdanig amateuristisch en bij vlagen zelfs ronduit lachwekkend dat het niet de vraag was óf maar wannéér ze tegen de lamp zouden lopen."

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via WhatsApp of via de mail.