Nieuws

Problemen busvervoer groot: deel Overijsselse politiek pleit voor provinciaal busbedrijf

Nieuwe elektrische bussen van Arriva in Twente
Nieuwe elektrische bussen van Arriva in Twente © RTV Oost
Ritten die uitvallen, bussen die te laat komen en chauffeurs die klagen over te korte pauzes. De problemen met het busvervoer in Overijssel zijn momenteel zo groot dat de provincie een eigen bedrijf voor het openbaar vervoer moet opzetten. Daarvoor pleiten enkele partijen in de Provinciale Staten. Dat is nu nog niet toegestaan, maar de Tweede Kamer heeft het kabinet opgeroepen dit mogelijk te maken.
De Overijsselse coalitiepartij PvdA en SP roepen woensdag in de Statenvergadering het college via een motie op om "op korte termijn" de "wenselijkheid c.q. noodzaak" van een provinciaal bedrijf voor busvervoer te onderzoeken. Volgens SP-Statenlid Herman Kalter sluiten mogelijk meer partijen hierbij aan.
"De problemen met het openbaar vervoer in Overijssel zijn momenteel groot", zegt Kalter, doelend op de chaos die in december ontstond toen Arriva in Twente en EBS in de regio IJssel-Vecht het busvervoer overnam. Ritten vielen uit, bussen kwamen te laat en personeel klaagt over te korte pauzes.

Mogelijke acties

"Het wordt steeds harder jagen van hot naar her om überhaupt nog de reizigers op te kunnen halen", zei FNV-bestuurder Marijn van der Gaag daar vorige week over. "Daarnaast is er een nieuw volledig elektrisch wagenpark, dat ook nog allemaal mankementen vertoont. Dat betekent dat de chauffeurs niet twee minuten te laat komen, maar tien minuten of een kwartier. Dan krijg je ook wrijving met passagiers."
Arriva heeft beterschap beloofd. Zo wordt er gewerkt aan een nieuw dienstpakket dat naar verwachting eind april klaar is. Ook wil de vervoerder zich inspannen om een aaneengesloten pauze van 25 minuten te realiseren voor de chauffeurs, maar die eisen een pauze van 30 minuten, zoals gebruikelijk was onder de vorige vervoerder Keolis. De bonden beraden zich op mogelijke acties.

Openbaar aanbesteden

Het regionale vervoer wordt in het grootste deel van Nederland via aanbestedingen geregeld. Hier zijn Europese regels voor. Vervoersbedrijven kunnen zich inschrijven voor een bepaalde concessie (een ov-gebied) en een gemeente of provincie maakt dan een keuze. Voor de steden Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Rotterdam geldt een uitzondering op de aanbestedingsregels. Zij hoeven het openbaar stadsvervoer niet openbaar aan te besteden, maar mogen dit in eigen hand houden (inbesteden).
"Het huidige concessiemodel zit het organiseren van goed en betaalbaar ov in de weg", aldus Kalter. "De maatschappelijke opbrengst moet voorop staan, in plaats van de financiële opbrengst."

'Kostbare verandering'

De Tweede Kamer riep de regering vorig jaar op om belemmeringen weg te nemen voor provincies om publieke vervoersbedrijven op te zetten. Demissionair staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat schreef begin dit jaar in een brief aan de Kamer dat hiervoor een wetswijziging nodig is.
Voor provincies zou dan ook een uitzondering gemaakt moeten worden. Heijnen heeft naar eigen zeggen geen signalen gekregen dat provincies dit willen, iets wat volgens haar wel een "belangrijke overweging" is bij het mogelijk aanpassen van de wet. De staatssecretaris benadrukt dat het opzetten van een provinciaal vervoersbedrijf "een ingrijpende en kostbare organisatorische verandering" is.

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via WhatsApp of via de mail.