Eerste KNIL-militairen van Molukse afkomst krijgen in Wierden alsnog geld

Ze hebben er zeventig jaar op moeten wachten, maar vanmiddag was het eindelijk zo ver. De heren Tuasela en Ririhena uit Wierden, twee Molukse KNIL-militairen, kregen alsnog een uitkering namens de staat.

Staatssecretaris Van Rijn sloot vorig jaar een overeenkomst met het Indisch Platform over de betaling van de achterstallige salarissen. Per persoon wordt 25.000 euro overgemaakt. In totaal zijn zeshonderd aanvragen voor de uitkering binnengekomen. Naar ruim de helft daarvan wordt nog onderzoek gedaan, anderen kunnen het geld dezer dagen verwachten.

Beide mannen worden dit jaar 93 jaar. Ze zijn blij dat het geld er alsnog komt. Tijdens een korte bijeenkomst in het gebouw van de stichting Kandjoli in Wierden werden de heren toegesproken door Leo Reawaruw van de stichting Maluku4Maluku en loco-burgemeester Rick Schasfoort.

Arie Tuasela en Noes Ririhena zijn blij met de erkenning. Het gaat in eerste instantie niet zozeer om het bedrag, hoewel dat zeker welkom is, maar om het feit dat ze eindelijk de waardering hebben gekregen waar ze voor gevochten hebben. Namens stichting Maluku4Maluku stelde Leo Reawaruw dat de mensen die nog niet in aanmerking komen voor de uitkering geduld moeten hebben, "want we blijven er voor vechten."

Meer over dit onderwerp:
Wierden Molukkers Nieuws
Deel dit artikel:

Reageren