TU Delft mist monitoring in scenario's voor verwerking afvalwater NAM

Of de NAM kiest voor het herstarten van afvalwaterlozingen in de Noordoost-Twentse bodem, dan wel met alternatieven komt voor de bodeminjecties van vervuild water uit de olie-industrie, in alle gevallen ontbreekt een noodzakelijke monitoring van de methode. Dat is het oordeel van de TU Delft.

De Universiteit heeft het onderzoek van de NAM naar de verwerking van productiewater uit de olievelden van Schoonebeek tegen het licht gehouden. Dit op verzoek van de Begeleidingscommissie van regionale bestuurders uit de provincies Drenthe en Overijssel, de gemeenten Tubbergen, Dinkelland, Coevorden en Emmen en het waterschap Vechtstromen.

Onderzoek naar verwerking afvalwater

De NAM heeft voor een nieuwe milieuvergunning onderzoek moeten uitvoeren naar de verwerking van afvalwater, dat vrijkomt bij het oppompen van olie uit de Drentse bodem. Tot voor kort werd dit afvalwater ongezuiverd geloosd en geïnjecteerd in de Twentse bodem.

Onder druk van de Twentse bevolking, die af wil van de afvalwaterinjecties, heeft het bureau Royal Haskoning - in opdracht van de NAM - gekeken naar alternatieve methoden. Deze werden gisteren gepresenteerd in Reutum in een informatie-bijeenkomst voor bewoners en betrokkenen.

Milieurisico's onvoldoende afgedekt

Hoewel er nog geen keuze is gemaakt voor een verwerkingsmethode van het afvalwater uit de olie-industrie, heeft TU Delft alle scenario's in een contra-expertise doorgenomen. Daaruit blijkt dat in geen enkel scenario de milieurisico's voldoende zijn afgedekt, simpel vanwege het feit dat een monitoring van de werkwijze ontbreekt.

Monitoring van werkwijzen

De TU Delft stelt vast dat:
- een noodzakelijk monitoring plaats zou moeten hebben via peilbuizen voor schoon water in de omgeving van lozingsgebieden;
- de samenstelling van het injectiewater in de put gemeten zou moeten worden;
- een eventuele bodemdaling permanent via GPS of satelliet technieken gemeten zou moeten worden;
- met geofoons de seismische activiteit in de bodem in de gaten moet worden gehouden met het oog op aardbevingen;
- er druksensoren in het boorgat  geplaatst moeten worden om de druk in het reservoir te kunnen meten;
- er druk- en temperatuurmetingen in transportleidingen moeten zijn om lekkages op te kunnen merken en dat de toestand van het boorgat via electrische en akoestische metingen in de gaten moet worden gehouden.

Al deze technieken zijn toepasbaar om onvoorziene effecten van injectie, zuivering en lozing van het afvalwater tijdig op te kunnen erken, aldus TU Delft.

Mogelijk hergebruik van afvalwater

In de contra-expertise stelt TU Delft verder vast dat het onderzoek van de NAM wat al te optimistisch omgaat met het risico van aardbevingen, zeker gezien de actuele problematiek rondom de gasvelden in Groningen.

De NAM gaat ook te kort door de bocht als het gaat om een mogelijk hergebruik van afvalwater. Dat heeft niet de voorkeur van de NAM, terwijl hergebruik met het oog op het milieu beter is dan injecteren, zuiveren of lozen volgens TU Delft.  

Zout voor strooien op wegen

Wereldwijd wordt in de olie- en gasindustrie steeds meer gekozen voor een zogenoemde  zero-liquid-discharge technologie, waarbij het afvalwater wordt verdampt en het overgebleven zout wordt gebruikt voor bijvoorbeeld het strooien van gladde wegen in de winter.   

   

Bekijk ook het dossier 'Afvalwater NAM in Twente'.

Deel dit artikel:

Reageren