Kamerleden willen van minister weten wie moet opkomen voor 'dwaze vaders'

De Tweede Kamerfracties van D66 en SP willen van de minister van Justitie weten wie er verantwoordelijk is voor handhaving wanneer een ex-partner een omgangsregeling weigert, ondanks een uitspraak van de rechter.

RTV Oost besteedde onlangs in de serie 'Dwaze vaders' aandacht aan vaders die hun kind niet zien. In de serie vertellen vaders dat instanties niet ingrijpen wanneer de uitspraak over de omgangsregeling van de rechter wordt genegeerd door de ex-partner.

Uit gesprekken met de Raad voor de Kinderbescherming, het Openbaar Ministerie en de Raad voor de rechtspraak blijkt dat in veel gevallen te kloppen. Met grote gevolgen voor de vader en het kind.


Verantwoordelijkheid

Tweede Kamerleden Vera Bergkamp (D66) en Michiel van Nispen (SP) hebben schriftelijke vragen gesteld. Zij vragen zich af welke instantie moet handhaven wanneer een uitspraak van de rechter genegeerd wordt. Daarnaast vragen zij of de minister op de hoogte is van hoe omvangrijk dit probleem is, zodat het probleem goed geduid kan worden. En als die cijfers er niet blijken te zijn, of de minister bereid is om dan onderzoek te doen.

Tevens wordt gevraagd bij wie de verantwoordelijkheid voor waarheidsvinding over heftige beschuldigingen ligt; bij het Openbaar Ministerie of bij de Raad voor de Kinderbescherming.

Krijgt de moeder voorrang?

Tot slot verbazen deze Kamerleden zich erover dat de omgang tussen één ouder en het kind stopgezet kan worden en dat dan volgens de Raad meestal het kind bij de moeder terecht komt.

Ze schrijven: "In hoeverre acht u de benadering van de Raad voor de Kinderbescherming, dat het merendeel van de zorgtaken volgens de Raad neerkomt op vrouwen en dat de moeder nog steeds als hoofdverantwoordelijke voor de opvoeding van kinderen wordt beschouwd, een realistische en wenselijke benadering?"