Molukkers slepen Staat voor rechter: ‘Gaat ons niet om geld maar om eer en erkenning’

Hoe de juridische tactiek zal worden? Dat is aan hun advocaat om te bepalen. Maar wat Leo Reawaruw van de stichting Maluku4Maluku wel weet is dat er genoegdoening moet komen voor de ‘vergeten kinderen’. “We gaan echter niet voor het geld, maar voor de eer en erkenning.”

Zoals vanochtend gemeld slepen de Molukkers de Nederlandse Staat voor de rechter. Reden vormen de ‘vergeten kinderen’: tientallen KNIL-militairen moesten bij hun vertrek naar Nederland vrouwen en kinderen achterlaten.

Vergeten verhaal
Een vergeten verhaal, dat totaal onbelicht is gebleven in de uitgebreide Molukse geschiedschrijving. De provincie Overijssel kent meerdere grote Molukse gemeenschappen.


Er was bij het vertrek in 1951 zo weinig tijd voor inscheping naar Nederland dat tientallen soldaten werden gedwongen hun gezin achter te laten. Volgens Leo Reawaruw gaat het in totaal om 150 vrouwen en 350 kinderen die in het vaderland achterbleven.


Ontwrichte gezinnen
Hele gezinnen werden ontwricht. Leed dat volgens Reawaruw niet in geld is uit te drukken. “Ik zou liever een plantage daar achterlaten dan drie van mijn kinderen. En op hun beurt zijn kinderen hun hele toekomst ontnomen.”

Het is volgens Reawaruw totaal onduidelijk wat voor bedragen zijn gemoeid met de financiële compensatie, zoals die in de gerechtelijke procedure straks wordt geëist. “Daar kan ik geen zinnig woord over zeggen. Dat is aan de rechter om te bepalen.”

Passagierslijsten
Juridisch hoeft het volgens hem geen levensgroot probleem te worden om vast te stellen om welke gezinnen het gaat. “De officiële passagierslijsten van de boten bestaan namelijk nog.”

Morele genoegdoening
Reawaruw vindt het vooral van belang dat de rechter vaststelt dat er sprake is van schending van de mensenrechten. Behalve financiële compensatie eisen ze vooral ook morele genoegdoening. “We gaan niet voor het geld, maar voor de eer en erkenning.”

Deel dit artikel: