Overijssel houdt vast aan mannelijke wethouders

Het aantal vrouwelijke wethouders in Overijssel stijgt nog niet mee met de landelijke trend. Waar het aantal vrouwelijke lokale bestuurders per verkiezing toeneemt, blijft dat in onze provincie nog hangen rond de twintig procent.

Landelijk is precies een kwart van de wethouders inmiddels een vrouw. Dat blijkt uit een analyse van de NOS van de verdeling van wethoudersposten in 364 gemeenten. In Overijssel, Drenthe, Limburg en Zeeland ligt het percentage vrouwelijke wethouders onder de twintig procent.

Minimale stijging

Vooral op het platteland stijgt het aantal vrouwelijke wethouders maar mondjesmaat. Vier jaar geleden was negentien procent van de wethouders in plattelandsgemeenten een vrouw. Na de verkiezingen van dit jaar is dat gestegen naar 21 procent.

Totaal anders is het bij de gemeenten in de Randstad. Daar steeg het aantal vrouwelijke wethouders van 26 procent in 2014 naar 41 procent dit jaar.

Stijging zet wel door

In Overijssel is Hellendoorn een positieve uitschieter: in dat college zitten twee mannen en drie vrouwen. Ook Oldenzaal doet het goed. Daar zijn twee van de drie wethouders vrouw. Volgens een berekening van de NOS gaat het, met het huidige tempo, tot 2050 duren voordat de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke wethouders volledig gelijk is getrokken.

Hoewel de verkiezingen alweer drie maanden achter ons liggen, hebben nog niet alle gemeenten een college. Landelijk zijn zestien gemeenten nog aan het onderhandelen. In Overijssel moet in Staphorst, Deventer en Enschede nog een overeenstemming worden bereikt.

Meer over dit onderwerp:
gemeenteraadsverkiezingen GR2018 Nieuws
Deel dit artikel: