Twentse huisartsen verwijzen 2000 patiënten door naar optometrist

Mensen met oogklachten worden door Twentse huisartsen vaker verwezen naar de optometrist. Ze worden sneller gezien en het voorkomt wachtlijsten bij de oogarts.

Sinds augustus vorig jaar hebben Twentse huisartsen de mogelijkheid patiënten door te verwijzen naar een optometrist. Die onderzoekt en beoordeelt dan de oogklachten en bepaalt of er vervolgonderzoek moet plaatsvinden door een oogarts.

Veel doorverwijzingen

Intussen zijn er 2000 Twentse patiënten verwezen naar een optometrist. Daarvan konden 1800 buiten het ziekenhuis worden geholpen.

Volgens Robert van der Moolen, een van de deelnemende optometristen, is hij een soort filter voor de oogartsen in het ziekenhuis. Een optometrist is vergelijkbaar met een opticien, maar is daarnaast ook medisch geschoold. 

'Blij dat het werkt'

Huisarts Anja van Kempen in Haaksbergen is vanaf het begin betrokken bij het project. "De resultaten zijn goed en de werkwijze is prima. Alleen doen nog niet alle huisartsen mee. Dat heeft te maken met het gemis van een traditie van samenwerking met optometristen. Dat moet dus groeien." Ze is blij dat het werkt, vooral voor de patiënt. 

Vaak kan een patiënt al binnen een week door een optometrist worden gezien, terwijl de wachtlijst in het ziekenhuis kan oplopen tot drie maanden. Voordeel voor de patiënt is ook dat een bezoek aan de optometrist niet van de eigen bijdrage afgaat.

Het levert wat op...

Oogarts Peter Lansink merkt dat de wachtlijst wel iets korter wordt en dat er verlichting is, hij kan zich nu meer focussen op 'moeilijke' gevallen.

Vanwege de vergrijzing blijft er echter een behoefte bestaan aan nieuwe oogartsen. Screening van 'goede' optometristen is essentieel voor het uitrollen van het project.

Bij het project zijn naast de optometristen en oogartsen, de regionale ziekenhuizen MST en ZGT, Menzis en zorggroepen THOON en FEA betrokken.

Meer over dit onderwerp:
Optometrist oogarts MST ZGT Nieuws
Deel dit artikel: