Opgesloten schippers mogen Deventer haven verlaten

De vijf binnenvaartschippers die sinds 6 augustus opgesloten zitten in de Deventer haven vanwege de lage waterstand in de IJssel krijgen vanochtend eenmalig de gelegenheid om de haven te verlaten. De gemeente Deventer heeft daarvoor een noodregime voor het schutten via de sluis ingesteld.

Dat de schippers nu toch geschut kunnen worden ondanks de te lage waterstand in de IJssel is het gevolg van een onderzoek naar de werkelijke sterkte van de sluisdeuren. In het onderzoek is aangetoond dat de sluisdeuren al geopend kunnen worden met een waterstand die 41 cm lager onder de aanvankelijk aangehouden minimum waterstand van 1.47 meter boven NAP. Dat is nu bijgesteld naar 1.06 meter boven NAP.

Op dit moment is de waterstand van de IJssel bij Deventer overigens nog lager: 0.92 meter boven NAP. 

Noodschutregime

Om de risico's bij het schutten zoveel mogelijk uit te sluiten heeft de gemeente een noodschutregime in werking gesteld. Dat betekent dat er tijdens het schutten van een schip het overige scheepvaartverkeer op de IJssel tijdelijk wordt stil gelegd.

 

De scheepvaart op de IJssel zorgt voor een zuigende werking waardoor het waterpeil bij de sluisdeuren met nog eens zo’n 25 centimeter naar beneden wordt getrokken. Door de schepen tegen te houden wordt uitgesloten dat dit gebeurt. 

Scheepvaart op IJssel tegengehouden

Om het scheepvaartverkeer op de IJssel tegen te houden is een speciaal door Rijkswaterstaat bevoegd bedrijf ingeschakeld. Dit bedrijf ligt bij de Deventer sluis met een schip op de IJssel om het scheepvaartverkeer tegen te houden. Dit schip is afgelopen nacht van Elburg naar Deventer gevaren.

Het noodschutregime is alleen bedoeld om de schippers die vastzitten uit de haven te krijgen. De verwachting is dat het schutten een uur per schip kost. Het noodschutregime schrijft verder voor dat de schippers rustig varen en een zeer gecontroleerde minimum snelheid aanhouden.

Meer over dit onderwerp:
sluis Schippers Deventer haven Nieuws
Deel dit artikel: