60 jaar na Fanfare: "Giethoorn is nog net zo'n vreemd dorp als toen"

Vandaag precies zestig jaar geleden was de première van één van de beroemdste Nederlandse films aller tijden: Fanfare van Bert Haanstra. Het komische verhaal over de fanfare in het fictieve dorpje Lagerwiede is gefilmd in Giethoorn. Zo maakte heel Nederland kennis met dit bijzondere dorp.

"Dit is eigenlijk een vreemd dorp", zo begint de film Fanfare. "Er is zoveel water in dit dorp dat er geen plaats meer is voor straten. Ze zouden trouwens geen brede weg willen, want dan zou er ook niks vreemds meer zijn. En dan zouden er ook geen vreemdelingen komen."

Toeristische trekpleister

Destijds kwamen de toeristen dus al met bussen vol naar dat vreemde dorp, met water in plaats van straten. Na het verschijnen van de film Fanfare werd het nog drukker. Nu is Giethoorn toeristische trekpleister nummer 1 van Overijssel.

In zestig jaar is in het dorp maar weinig veranderd. Hoewel, in 1958 werden toeristen rondgevaren in dezelfde boten waarmee de koeien naar de wei werden gebracht. In de nostalgische boerderijtjes wonen al jaren geen boeren meer. Wat wel is gebleven is de bijzondere sfeer van een dorp dat leeft met en van het water.

Café

De film speelt zich grotendeels af rond twee bekende cafés in Giethoorn: Smit's Paviljoen aan het Bovenwiede en Café Fanfare aan de gracht, al heten ze anders in de film. Huidige eigenaar Arie-Willem Vermeij van de Fanfare profiteert nog dagelijks van het succes van de film.

Het café kreeg de naam ook zestig jaar geleden. Bert Haanstra dronk na de première een borreltje met de caféhoudster, zo gaat volgens Vermeij het verhaal: "Bert Haanstra zei tegen haar: 'als je slim bent noem je het café Fanfare'. Ik weet niet of het een dag of een maand later is gebeurd, maar het is gebeurd en dat was wel heel slim!"

Miljoenen bioscoopbezoekers

Al sinds het begin van de twintigste eeuw komen er toeristen naar Giethoorn. Voor de één een leuke bijverdienste, voor de ander een noodzakelijk kwaad of zelfs grote ergernis. Het dorp zit niet altijd te wachten op die pottenkijkers uit de stad. Dat beeld veranderde dankzij de film.

Vrijwel het hele dorp was betrokken bij de opnames, en het succes van Fanfare straalde ook op hen af. In de bioscoop kreeg de film meer dan 2,5 miljoen bezoekers; op Turks Fruit na de succesvolste Nederlandse film ooit. Door de enorme belangstelling en positieve reacties op de film zagen de Gietersen hun eigen dorp met andere ogen. Ze realiseerden zich dat het een plek is om trots op te zijn.

Ruzies

In de film krijgen twee cafébazen uit 'Lagerwiede', die allebei bij de Fanfare spelen, het met elkaar aan de stok. De ruzie tussen die twee splijt de Fanfare en verdeelt het dorp. Dat is niet vreemd voor Giethoorn: nog steeds liggen ondernemers in het dorp vaak met elkaar in clinch en wordt er flink over elkaar geklaagd.

Maar naar buiten toe sluiten de Gietersen de gelederen. Dan zijn de ruzies vergeten en verdedigen ze gebroederlijk hun dorp. Net als in de film, als de twee halve fanfarekorpsen op het concours allebei hun eigen deuntje inzetten. Het klinkt fantastisch samen, en Lagerwiede wint het concours.

"Het komt goed"

Eind goed, al goed in Lagerwiede, zoals het hoort in een film. Dat geldt zeker ook voor Giethoorn, vindt Arie-Willem Vermeij: "Je ziet dat ondernemers en ook de bewoners gewoon samen een mooi dorp willen maken, en dat we daar megagoed mee bezig zijn. Giethoorn, daar moet je vanaf blijven."

Deel dit artikel: