Overijsselse gemeenten krijgen ruim 30 miljoen voor tekort op zorg

Zeven gemeenten uit Overijssel krijgen extra geld van het Rijk om de tekorten op het sociale domein mee te dekken. De gemeente Enschede krijgt met 13,3 miljoen euro het grootste bedrag uit de zogenoemde stroppenpot. Dat heeft de VNG vandaag bekend gemaakt.

Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor jeugdzorg, werk en inkomen en de zorg aan langdurig zieken en ouderen. Een deel van deze taken namen de gemeenten over van de Rijksoverheid. Door deze decentralisatie kwamen de gemeente Enschede en een aantal andere gemeenten in 2016 en 2017 fors geld tekort. Om die gemeenten te helpen kwam het Rijk met een stroppenpot van 200 miljoen.

88 gemeenten vroegen om een bijdrage uit deze pot, 77 gemeenten kregen die. In Overijssel krijgt Enschede dus het meest: 13,3 miljoen. Onlangs bleek dat Enschede door de tekorten op het sociale domein flink moest bezuinigen.

De bijdrage uit de stroppenpot is eenmalig. Een structurele oplossing voor de tekorten is er nog niet.

Deze Overijsselse gemeenten krijgen geld uit de stroppenpot:

  • Enschede, 13,3 miljoen
  • Hengelo, 8,4 miljoen
  • Almelo, 5,6 miljoen
  • Twenterand, 3,3 miljoen
  • Zwolle, 2,6 miljoen
  • Zwartewaterland, 715.000 euro
  • Losser, 127.000 euro

Deze Overijsselse gemeenten deden een beroep op de stroppenpot, maar krijgen niets:

  • Borne
  • Dalfsen
  • Hof van Twente
Meer over dit onderwerp:
Enschede stroppenpot Jeugdzorg Nieuws
Deel dit artikel: