Trein naar Berlijn wordt voorlopig nog geen 'supersneltrein'

De trein van Amsterdam naar Berlijn, die in Overijssel ook de stations van Deventer, Almelo en Hengelo aandoet, wordt voorlopig nog geen 'supersneltrein'. Het gaat nog zeker tot 2030 duren voordat de internationale intercity sneller kan gaan rijden.

Dat meldt staatssecretaris Van Veldhoven in een brief aan de Tweede Kamer. Het spoor en het materieel moeten eerst worden verbeterd om de intercitytrein echt sneller te laten rijden.

Nu doet de trein 6 uur en 20 minuten over de reis van Amsterdam naar Berlijn. Hij stopt onderweg 15 keer. De staatssecretaris wil dat de trein een uur korter onderweg is.

Geen alternatief voor auto of vliegtuig

De staatssecretaris vindt dat door de huidige reistijd de intercity naar Berlijn niet voor alle reizigers een aantrekkelijk alternatief is voor auto en/of vliegtuig. Daarom wil ook de NS een treinreis die minstens 2 uur korter duurt. In samenwerking met ProRail en Duitse spoorpartners en ProRail wordt onderzoek gedaan naar mogelijkheden om de trein te versnellen en hoe dat haalbaar is op de korte termijn.


Uit dat onderzoek blijkt nu dat in 2021 de trein een kwartier sneller kan gaan rijden door relatief kleine aanpassingen in het traject, zoals het inzetten van nieuw materieel en het overslaan van enkele stations. Mogelijk kan deze versnelling nog oplopen tot 45 minuten tussen 2025 en 2030.

Andere route noodzaak

Pas na 2030 kan de trein meer dan een uur sneller gaan rijden, volgens Van Veldhoven. Daarvoor zijn grote infrastructurele investeringen nodig. De trein moet een andere route gaan rijden, via Arnhem of via Zwolle. Het duurt dan ongeveer 5 uur om van Amsterdam naar Berlijn te rijden.

De kosten voor een snellere intercitytrein naar Berlijn kunnen oplopen tot 7 miljard euro, zegt Van Veldhoven.

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via een WhatsApp-bericht: 06 - 57 03 33 33.

Deel dit artikel: