landbouwgif

Minister ziet geen gevaar in landbouwgif bij lelieteelt, deskundigen uiten kritiek

Landbouwgif op lelieteelt
Landbouwgif op lelieteelt © ZEMBLA / BNNVARA
De bestrijdingsmiddelen die worden gebruikt op velden waar lelies worden geteeld, vormen volgens minister Carola Schouten geen gevaar voor omwonenden. De minister van Landbouw baseert dat op onderzoek van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Maar deskundigen zijn kritisch op dat onderzoek.
In Overijssel telen 41 bedrijven lelies, voornamelijk in het Vechtdal. Omwonenden maken zich al langer zorgen, omdat er bij de teelt veel gif wordt gebruikt.
Een van die inwoners die last heeft van het gebruik van het gif is Engelsman Chris Champion. Hij woont in Hardenberg en deed tegenover ZEMBLA zijn verhaal. "Ik heb de boer gevraagd wanneer hij ging spuiten en met welk middel. Helaas heb ik daar geen antwoord op gekregen. Ik kreeg last van mijn ogen en keel na het besproeien van het land."
Hardenberger Champion: "Ik krijg last van mijn keel en ogen"
Hardenberg is één van de vier gemeenten waar boeren en burgers een convenant hebben afgesloten. Daarin is afgesproken dat boeren aan omwonenden melden wanneer ze gaan sproeien en met wat voor bestrijdingsmiddel. Niet iedereen doet hier aan mee. Wethouder Alwin te Rietstap is teleurgesteld dat niet alle boeren meedoen. "Ik zou heel graag willen dat iedereen zich zou conformeren aan de afspraken die in dit convenant zijn gemaakt."
De leliekweker in kwestie is Henk Kelder. Hij zat in 2013 al eens in een aflevering van ZEMBLA. "Waarom zouden wij moeten stoppen, terwijl zij (de bewoners rondom de velden, red.) kunnen verhuizen?", zei hij toen. Wethouder Te Rietstap geeft aan niet te kunnen beoordelen of Kelder zich wel of niet aan de afspraken houdt. "Het enige wat ik kan beoordelen, is dat hij geen onderdeel uitmaakt van het convenant. Als Hardenberg hechten wij wel veel waarde aan dat convenant omdat we daar partijen bij elkaar brengen. Ik kan hem niet dwingen om mee te doen."
Wethouder Alwin te Rietstap: "Ik kan de boer niet dwingen"
Champion vertelt dat Kelder ook spuit als het hard waait of als de wind verkeerd staat. Volgens de regels mag dit niet, bij windkracht vier of harder. Om te bewijzen dat Kelders werkwijze niet deugt, maakte Champion filmopnames. "Dat vond Kelder niet fijn en hij heeft mij daarop aangesproken. Het was heel intimiderend en bedreigend. Ik vind het heel lastig om hier over te praten." 
Hardenberger Champion: "Kelder spuit ook bij harde wind, tegen de regels in"

Ctgb: 'Geen overschrijdingen'

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) heeft volgens de minister geen overschrijdingen van de normen gevonden. "De gemeten concentraties in de bodem liggen voor alle stoffen onder de concentraties die verwacht worden wanneer het middel met de betreffende werkzame stof volgens voorschrift wordt gebruikt", schrijft minister Schouten aan de Kamer.
Professor Pieter Sauer, kinderarts, uitte in een uitzending van ZEMBLA gisteravond forse kritiek op Ctgb. Het Ctgb stelt dat het huidige gebruik van bestrijdingsmiddelen veilig is en de gemeten blootstelling onder de risiconormen blijft. Volgens Sauer en de gerenommeerde toxicoloog Martin van den Berg zijn er echter ook belangrijke kennislacunes waardoor de totale blootstelling aan stoffen niet kan worden vastgesteld. Dat is juist relevant om de daadwerkelijke gezondheidsrisico’s volledig te kunnen beoordelen. 
Deskundigen: "Belangrijke kennislacunes in onderzoek"

ZEMBLA maakte een overzicht van de belangrijkste tekortkomingen in het huidige toelatingsbeleid:

Huisstof

Eén van de nieuwe inzichten is dat huisstof een belangrijke blootstellingsroute blijkt te zijn. Vooral jonge kinderen komen veel in contact met huisstof omdat ze over de grond kruipen. Ongeboren en jonge kinderen zijn ook extra gevoelig voor bestrijdingsmiddelen omdat hun hersenen nog volop in ontwikkeling zijn. Het RIVM laat weten dat huisstof niet wordt meegenomen in de huidige risicobeoordeling van bestrijdingsmiddelen.

Kwetsbare groepen

Volgens het Ctgb wordt bij de vaststelling van veilige grenswaarden rekening gehouden met ongeboren en jonge kinderen. Uit het onderzoek van ZEMBLA blijkt dat bij de huidige toelating niet gekeken wordt of de bestrijdingsmiddelen op langere termijn hersenontwikkeling bij ongeboren en jonge kinderen veroorzaken. De studie die dit kan aantonen, is bij toelating niet vereist, zo laat het Ctgb weten. Er wordt alleen gekeken of de stoffen acuut toxisch zijn. Deze studies zijn niet geschikt om hersenbeschadiging zoals autisme, IQ-verlies en ADHD uit te sluiten. Terwijl dit juist de effecten zijn waar wetenschappers het meest bezorgd over zijn. Volgens professor Sauer klopt de stelling van het Ctgb dat bij toelating voldoende rekening wordt gehouden met kwetsbare groepen daarom ook niet.
Steeds meer humane studies tonen aan dat er een verband is tussen pesticiden en een verhoogd risico op (het bijdragen aan) autisme, IQ-verlies en ADHD. Zo verscheen er afgelopen maand nog een groot onderzoek in het gerenommeerde tijdschrift BMJ over autisme en pesticiden. 

Mengseltoxiciteit

Op dit moment wordt van elk bestrijdingsmiddelen afzonderlijk beoordeeld of ze gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. In werkelijkheid worden omwonenden aan een veelheid van middelen tegelijkertijd blootgesteld. Zo worden bij metingen 46 verschillende pesticiden aangetroffen. Wat deze stapeling van stoffen betekent voor de veiligheid voor omwonenden is onbekend.

Boeren omzeilen regelgeving

Volgens het Ctgb zijn de bestrijdingsmiddelen veilig als ze volgens de geldende regelgeving worden toegepast. Eén van de regels is dat boeren met driftreducerende spuitkoppen moeten werken. Deze spuittechniek met grotere druppels zorgt voor minder verwaaiing en moet op deze manier omwonenden beter beschermen tegen landbouwgif. Voor de boer hebben de grotere druppels ook een nadeel. De bestrijdingsmiddelen blijven minder goed op het gewas waardoor ziektes makkelijker de kop kunnen opsteken. In ZEMBLA stelt spuitinstructeur Klaas Meijaard dat boeren deze regels in de praktijk gemakkelijk kunnen omzeilen. De expert schat dat 80 procent van de boeren de regels met een truc omzeilt: Ze verhogen tijdens het spuiten de druk waardoor er weer fijnere druppels ontstaan.
De LTO bevestigt dat deze praktijken niet mogen. LTO zegt zich niet te herkennen in het percentage van 80 procent. De NVWA, die toeziet of de boeren zich aan de regels houden, laat ZEMBLA weten hier geen feitelijke informatie over te hebben. 

Spuitvrije zone's

Sauer en Van den Berg pleiten er dan ook voor om spuitvrije zone's dichtbij huizen van jonge gezinnen in te stellen totdat gezondheidsrisico’s voor ongeboren en jonge kinderen in kaart zijn gebracht. 
Deskundigen: "Niet spuiten op enkele honderden meters van huizen"
De gehele uitzending van ZEMBLA is terug te zien via deze link.
Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via een WhatsApp-bericht: 06 - 57 03 33 33.

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via WhatsApp of via de mail.