Natuurorganisaties Noordoost-Twente spreken zich uit over toekomst platteland

In navolging van het manifest waarin een aantal dorpsraden de noodklok luidt over de toekomst van het Twentse platteland, pleiten nu de gezamenlijke natuurorganisaties uit Noordoost-Twente voor een open dialoog voor meer verbinding tussen landbouw en natuur.  

IVN Losser en Oldenzaal, Stichting Natuur & Milieu Ootmarsum, Stichting Behoud Twents Landschap en de vogelwerkgroepen die actief zijn in Noordoost-Twente vragen zich openlijk af of de discussie over stikstof de landbouw en de natuur onnodig uit elkaar drijft. De natuurorganisaties willen het gesprek aangaan met burgers, boeren en buitenlui om gezamenlijk te komen tot oplossingen.

De natuurorganisaties vinden dat boerenbedrijven in het landschap behouden moeten blijven. Dat aan de beschermde status van Natura 2000-gebieden, ook de kleine gebieden, niet valt te tornen. En dat een attractief Twents coulisselandschap goed is voor het toerisme en de werkgelegenheid in de streek.

'Ernstige crisis'
Een falend landbouwbeleid heeft volgens de natuurorganisaties de afgelopen decennia geleid tot een ernstige crisis voor de landbouw en de natuur. Kenmerkende planten en diersoorten zijn uit het Twentse platteland verdwenen. Kwetsbare planten hebben zichtbaar te lijden van de stikstofdepositie. Volgens de organisaties is het aan de overheid om kringlooplandbouw te stimuleren zodat ook jonge boeren toekomst hebben. 

De organisaties roepen bovendien iedereen op meer Twentse streekproducten te kopen om zo de duurzame landbouw te ondersteunen.

De zes standpunten van de gezamenlijke natuurorganisaties
1. Alle natuurorganisaties willen de boerenbedrijven in het landschap behouden. Zij kunnen het Twentse coulisselandschap blijven onderhouden en bovendien horen koeien in de weiden en Saksische boerderijen bij Twente. Het opheffen en verplaatsen van zeer oude boerenbedrijven(erven) past daarom niet in onze visie. Daarmee raken wij het oeroude karakter van het Twentse landschap kwijt. Bovendien vinden wij de sociale en economische consequenties voor de boerengezinnen te ingrijpend.

2. Natura 2000 is in het leven geroepen om kwetsbare cultuurlandschappen zoals het coulisselandschap van NO-Twente te behouden en de zeldzame plant- en diersoorten te beschermen. Het schrappen van Natura 2000-gebieden, zoals wordt gesuggereerd door sommige politieke partijen, is het paard achter de wagen spannen. Dan zullen we definitief nog meer kwetsbare natuur verliezen. De beschermde status van alle Natura 2000-gebieden (Europees beleid), ook de kleinere, staat voor ons als een paal boven water. Daar valt niet aan te tornen.

3. Een attractief Twents coulisselandschap met kronkelende beken, bloeiende weiden en bermen, weidevogels, houtwallen, koeien in de wei, Saksische boerderijen heeft een grote aantrekkingskracht op toeristen. Juist de toeristische sector zal floreren bij de uitvoering van de Natura 2000-plannen. Zij komen niet voor grote vlakten met raaigras en mais maar voor diversiteit. Toerisme is een belangrijk verdienmodel in NO-Twente en het bevordert de werkgelegenheid. De toeristenbelasting zou dan ook geïnvesteerd kunnen worden in het bevorderen van de leefbaarheid op het platteland door bijvoorbeeld het op de markt brengen van streekproducten mogelijk te maken of onderhoud aan landschapselementen te bevorderen.

4. We kunnen concluderen dat de afgelopen decennia veel kenmerkende plant- en diersoorten van het Twentse platteland bijna zijn verdwenen zoals grutto, wulp, tureluur, veldleeuwerik en patrijs. Ook is de bloemenrijkdom in weiden in bermen dramatisch achteruit gegaan. De vroeger algemene soorten zoals pinksterbloem, boterbloem, koekoeksbloem zijn op het Twentse platteland nauwelijks nog te vinden. Mede hierdoor heeft de insectenstand een reductie van 75 procent laten zien. Die insecten zijn de basis van het bodemleven en de voedselketen in de natuur.

5. Kwetsbare planten hebben zichtbaar last van de depositie van stikstof(verbindingen) in de natuurgebieden. Stikstof is een meststof en bevordert de groei van stikstof minnende planten zoals bramen, grassen, brandnetels. Landschapstypen die voedselarme omstandigheden nodig hebben komen in de problemen zoals heidevelden, blauwgraslanden, vennen en schrale hooilanden (orchideeën). Met het verdwijnen van veel plantensoorten zullen ook de insecten die afhankelijk zijn van die planten verdwijnen en daarna de vogelsoorten die deze insecten als voedselbron nodig hebben. Een ernstige aantasting van het totale ecosysteem is het gevolg van te veel stikstofdepositie.

6. Een falend landbouwbeleid van de afgelopen decennia heeft geleid tot een ernstige crisis voor de landbouw en voor de natuur. De overheid zou nu een actief beleid dienen te voeren om kringlooplandbouw te stimuleren. Mogelijke oplossingen voor natuur en boeren zou kunnen zijn om de boeren in betreffende gebieden te laten overstappen op natuur-inclusieve-landbouw. Dus duurzamer gaan boeren met minder stikstofuitstoot en behoud van de biodiversiteit en het bodemleven. Een goede toekomst voor (jonge)boeren is van belang voor de leefbaarheid van de hele streek.

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via een WhatsApp-bericht: 06 - 57 03 33 33.

Meer over dit onderwerp:
natuur groen overijssel Noordoost-Twente Nieuws
Deel dit artikel: