Vuurwerkramp: 'Brandweerweduwe' Mathilde denkt nog dagelijks aan haar gesneuvelde echtgenoot

Vanwege de coronamaatregelen is er dit jaar voor het eerst geen grootschalige herdenking van de vuurwerkramp. Weduwe Mathilde kan daar niet rouwig om zijn. Ze verloor tijdens de ramp haar echtgenoot Hans die brandweerman was. "Vorige jaren wachtte ik altijd tot de officiële herdenking was gedaan. Ik voelde er niets voor om daar met die hoge heren te staan, die huichelaars."

Ze kijkt nog altijd met achterdocht naar die inktzwarte dag. De dag die niet alleen de geschiedenis van 'haar' Enschede op z'n kop zette, maar die ook haar hele leven voorgoed overhoop haalde. Want onder de 23 mensen die omkwamen, bevond zich ook haar echtgenoot Hans. Hij was haar maatje voor het leven en vader van haar kinderen.

In hart en nieren
"Een brandweerman in hart en nieren was hij, zoals dat heet. Hij was gefascineerd door zijn werk. Tegelijk was het ook een stille, rustige man. Iemand die nooit op de voorgrond trad. Iemand die niet bang was uitgevallen, maar nooit zomaar op een brand af zou stormen."

Ze vervolgt: "Hans had een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Was altijd enorm bedachtzaam. We hadden het weleens over de gevaren van zijn werk, maar dan zei hij steevast: 'Het komt allemaal goed Til'."

Gestorven in harnas
Alleen kwam het die 13e mei in 2000 dus niet goed. Hans en drie collega's stierven in het harnas. En dan te bedenken dat Hans die dag eigenlijk niet eens had hoeven werken.

"Onze zoon Tom was de dag ervoor achttien jaar geworden. Om daarbij te kunnen zijn, had Hans geruild met een collega. Hij had dus niet eens hoeven te werken die dag."

'Stond voor iedereen klaar'
Het typeert ook de familieman die Hans was. "Ik leerde hem kennen in een kroeg in de binnenstad. Daarvoor had ik wel andere vriendjes gehad, maar ik voelde me meteen enorm vertrouwd bij hem. Aanvankelijk was hij bij de vrijwillige brandweer, maar later stroomde hij door naar de beroeps. Van huis uit was Hans elektrotechnicus en dan weten de mensen je wel te vinden. Overal was er wel een klusje te doen en hij stond altijd voor iedereen klaar."

Aangifte

Twintig jaar na dato houdt de ramp Mathilde nog steeds in de greep. Toen onderzoeker en klokkenluider Paul van Buitenen vorig jaar oktober aangifte deed tegen de overheid, deed hij dat samen met Mathilde. Zij vinden niet alleen dat de overheid fouten heeft gemaakt bij het toezicht op de opslag van vuurwerk, maar ook dat diezelfde overheid veel onder de pet heeft gehouden over haar eigen rol bij de vuurwerkramp.

Twijfels over laatste rustplaats
Zo twijfelt ze tot op de dag van vandaag nog steeds over de laatste rustplaats van haar geliefde. De vier gesneuvelde brandweermannen kregen destijds een uitvaart met de grootst mogelijke eer. Maar al na een jaar begon het te knagen bij Mathilde en een van de andere weduwes.

Er kwamen namelijk tegenstrijdige verhalen boven water over de plek waar de twee brandweermannen werden teruggevonden. "Toen al begon het wantrouwen. En dat wantrouwen is er door allerlei gebeurtenissen in de loop der jaren bepaald niet minder op geworden."

Vermeende persoonsverwisseling
De lichamen van de brandweerlieden waren indertijd dusdanig gehavend dat ze moesten worden geïdentificeerd aan de hand van hun gebitsgegevens. Bij Mathilde sloegen later de twijfels toe, omdat de ID-bewijzen van de mannen - die grotendeels onbeschadigd waren gebleven - op een andere plek werden teruggevonden. Zo werd de ID-kaart van Hans aangetroffen op de plek waar zijn collega zou hebben gelegen. Daardoor heeft er mogelijk een persoonsverwisseling plaatsgevonden.

DNA-onderzoek
Mathilde gaat er overigens vanuit dat er destijds een hele grondige identificatie heeft plaatsgevonden. "Ik ben nooit uitgegaan van boze opzet, maar een fout is snel gemaakt. Door de verhalen rond de ID-bewijzen en ook andere verhalen die ik vanuit de brandweer hoorde, ging ik twijfelen. En iedere keer heb ik dat weer als ik bij Hans' graf sta. Of ik dan niet op de verkeerde plek sta te rouwen." 

De medische wetenschap heeft de afgelopen twee decennia niet stilgestaan en ze heeft overwogen DNA-onderzoek aan te vragen. "Maar ik zie de krantenkoppen al voor me. Dat zou ik niet aankunnen."

En dus berust ze. Al wil dat niet zeggen dat ze niet strijdbaar is. Een strijd waarin ze optrekt samen met Paul van Buitenen. "Die man heeft ongelooflijk goed werk verricht. Hij heeft heel veel boven tafel gehaald, maar het lijkt wel of niemand hem hoort. Waarbij hij natuurlijk pech heeft dat corona momenteel alle aandacht afleidt van de feiten en namen, waarmee hij naar buiten is gekomen. En eerder al heeft ook onderzoeksjournalist Rob Vorkink van RTV Oost erg veel boven tafel gehaald."

Prangende vraag
Want ooit hoopt ze dat Enschede antwoord krijgt op die ene prangende vraag: wie was verantwoordelijk voor dat allereerste vlammetje? Ze heeft echter haar bedenkingen of dat ooit bekend wordt. "Omdat ik - en velen met mij - het idee hebben dat er rond de vuurwerkramp veel wordt verzwegen. Door de lokale autoriteiten en door de landelijke overheid. Alsof de waarheid niet naar buiten mág komen."

Vandaar dat de vuurwerkramp zelfs twintig jaar na dato haar leven nog steeds voor een groot deel beheerst. "Het is soms allemaal zó frustrerend, voor ons als weduwen. Maar ook voor al die andere slachtoffers en hun nabestaanden. Enschede heeft recht op de waarheid. Zolang die er niet is, blijft deze ramp het grote trauma van Enschede."

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via een WhatsApp-bericht: 06 - 57 03 33 33.

Meer over dit onderwerp:
Enschede Roombeek vuurwerkramp Nieuws
Deel dit artikel: