Goed nieuws voor de duivensport: ze mogen weer vliegen!

Duivenmelkers Herbert en Harold Kamerhuis uit Sibculo zijn blij. Hun postduiven mogen eindelijk weer meedoen aan lange afstandsvluchten, wat voor zowel de ervaren snelle duiven als de jonge vogels zeer belangrijk is. Met een door de duivensportbond ingevoerd coronaproof protocol, kunnen de vogels weer op transport worden gezet. De eerste lange afstandstrainingsvluchten zijn inmiddels met succes verlopen. 

Ze koeren er flink op los, de ruim 130 postduiven van de broers Kamerhuis. Klaar voor hun dagelijkse vlucht over de weilanden rondom het woonhuis van Herbert in het buitengebied van Sibculo.

Maar ondanks dat de duiven hun dagelijkse vliegbeweging krijgen, is dat niet te vergelijken met wat de vogels moeten presteren in de duivensport. "Hier vliegen ze altijd eerst een paar rondes over het huis, om dan misschien een vlucht te maken van maximaal twintig kilometer in de omgeving. Maar tijdens wedstrijden gaat het om afstanden van een paar honderd kilometer vanuit Duitsland, Frankrijk of België", vertelt Herbert. 

Postduiven mogen weer lange afstand vliegen (Foto: RTV Oost / Maaike de Glee)
Postduiven mogen weer lange afstand vliegen (Foto: RTV Oost / Maaike de Glee)

Voorlopig geen gezelligheid

Normaal gesproken gaat het wedstrijdseizoen half april van start, maar de uitbraak van het coronavirus had ook voor de duivensport grote consequenties en kon niet beginnen. Hoewel het een buitensport is, gaat het inladen van de duiven op transport normaal gesproken gepaard met de nodige gezelligheid in de kantine en dat gaat nu niet. 

Om toch de duiven weer op transport te laten gaan is er daarom vanuit de bond een speciaal protocol opgesteld: de duiveneigenaar zet de korven in het verenigingsgebouw, waar maximaal drie personen aanwezig mogen zijn. Dan komt degene die de duiven in de manden doet ze ophalen om ze in de vrachtwagen op transport te zetten. Een bestuurslid controleert of het allemaal volgens de regels verloopt. 

Duiven zijn topsporters

De broers Kamerhuis zijn blij, ze waren al bang dat het volledige wedstrijdseizoen verloren zou zijn. Harold: "Jonge duiven die dit jaar niet meegaan op transport met de vrachtwagen kunnen daar dan niet goed aan wennen en leren zich niet goed te oriënteren, daarnaast leren ze ook niet langere tijd achter elkaar te vliegen waardoor we volgend jaar waarschijnlijk heel veel uitval zouden hebben. Daarnaast moet je de ervaren duiven vergelijken met topsporters. Als die een jaar stil zitten kunnen ze ook niet meer mee in de topsport."

Hoewel het wedstrijdseizoen maar van april tot en met september loopt zijn de broers Kannenhuis 365 dagen per jaar minimaal een paar uur per dag bezig met de verzorging van de duiven. "Gelukkig kunnen we ze nu weer verder laten vliegen, waardoor het seizoen misschien toch niet helemaal verloren is", aldus Herbert. 

Kampioensduif

En hoewel de duivensport voor de beide broers hobby is, zijn ze fanatiek. Vorig jaar schreven de mannen zelfs met een van hun duiven geschiedenis: Caballero 841 bleek toen na een vlucht de snelste duif uit de Nederlandse postduivengeschiedenis te zijn. "En wellicht zelfs wel wereldwijd", vertelt Herbert nog steeds zichtbaar trots.

Intussen zijn er in Sibculo al tal van nazaten van Caballero 841. De in de sport beroemde duif heeft Sibculo niet meer als thuisfront. De duif is verkocht aan een andere fanatieke duivensportmelker in de buurt. "We kunnen hem dus zo nu en dan nog opzoeken", lacht Herbert. 

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via een WhatsApp-bericht: 06 - 57 03 33 33.

Meer over dit onderwerp:
duiven Sibculo Vechtdal Nieuws
Deel dit artikel: